BWBR0013751
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 3
Regeling functie-eisen en vergoeding geestelijk verzorgers overige stromingen
1. Een geestelijk verzorger kan slechts anders dan bij wijze van ambtelijke aanstelling aan de inrichting worden verbonden indien er een antecedentenonderzoek heeft plaatsgevonden op grond waarvan is vastgesteld dat hiertegen geen bezwaar is. Het antecedentenonderzoek wordt gedaan door het Bureau Integriteit en Veiligheid op verzoek van de portefeuillehouder overige stromingen.
2. Een geestelijk verzorger kan slechts anders dan bij wijze van ambtelijke aanstelling aan de inrichting worden verbonden indien hij:
a. in het bezit is van een geldige verblijfs- en werkvergunning;
b. in het bezit is van een Nederlandse universitaire titel in de theologie dan wel met goed gevolg een afsluitend examen heeft afgelegd op het terrein van de theologie binnen het Nederlands hoger beroepsonderwijs;
c. een verklaring omtrent gedrag overlegt;
d. de Nederlandse taal machtig is in woord; bij twijfel kan de Dienst Geestelijke Verzorging eisen dat een toets in de Nederlandse taal wordt afgelegd;
e. op grond van de Wet inburgering nieuwkomers een inburgeringsprogramma heeft gevolgd.
3. Indien niet aan het gestelde in het tweede lid, onder b, kan worden voldaan, maar er wel een buitenlands diploma op het terrein van de theologie van de desbetreffende gezindte is behaald, vindt er een onderzoek plaats naar de waarde van dit diploma. De geestelijk verzorger kan slechts aan de inrichting worden verbonden indien zijn diploma minimaal op Hbo-niveau wordt gewaardeerd. Deze waardering geschiedt op een door de Dienst Geestelijke Verzorging voorgeschreven wijze.
4. De portefeuillehouder overige stromingen kan van de eis in het derde lid gesteld ontheffing verlenen.
5. Voor de Boeddhistische gezindte kan, indien geen diploma van de desbetreffende gezindte kan worden overgelegd, de geestelijk verzorger worden voorgedragen door de Boeddhistische Unie Nederland als overkoepelend orgaan van zijn gezindte of levensovertuiging.
2. Een geestelijk verzorger kan slechts anders dan bij wijze van ambtelijke aanstelling aan de inrichting worden verbonden indien hij:
a. in het bezit is van een geldige verblijfs- en werkvergunning;
b. in het bezit is van een Nederlandse universitaire titel in de theologie dan wel met goed gevolg een afsluitend examen heeft afgelegd op het terrein van de theologie binnen het Nederlands hoger beroepsonderwijs;
c. een verklaring omtrent gedrag overlegt;
d. de Nederlandse taal machtig is in woord; bij twijfel kan de Dienst Geestelijke Verzorging eisen dat een toets in de Nederlandse taal wordt afgelegd;
e. op grond van de Wet inburgering nieuwkomers een inburgeringsprogramma heeft gevolgd.
3. Indien niet aan het gestelde in het tweede lid, onder b, kan worden voldaan, maar er wel een buitenlands diploma op het terrein van de theologie van de desbetreffende gezindte is behaald, vindt er een onderzoek plaats naar de waarde van dit diploma. De geestelijk verzorger kan slechts aan de inrichting worden verbonden indien zijn diploma minimaal op Hbo-niveau wordt gewaardeerd. Deze waardering geschiedt op een door de Dienst Geestelijke Verzorging voorgeschreven wijze.
4. De portefeuillehouder overige stromingen kan van de eis in het derde lid gesteld ontheffing verlenen.
5. Voor de Boeddhistische gezindte kan, indien geen diploma van de desbetreffende gezindte kan worden overgelegd, de geestelijk verzorger worden voorgedragen door de Boeddhistische Unie Nederland als overkoepelend orgaan van zijn gezindte of levensovertuiging.