1. Een kleinschalige woonvoorziening voor gehandicapten als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder D of E, van het Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen, die in het bezit is van een verklaring als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, wordt aangemerkt als toegelaten in de zin van
artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
2. Een aanvraag om een verklaring als bedoeld in
artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, ten behoeve van een kleinschalige woonvoorziening voor gehandicapten als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder D of E, van het Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen, waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit nog niet is beslist, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om een toelating als bedoeld in
artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.