BWBR0013689
Geldig vanaf 2002-05-31
Artikel 9
Regeling vaargebieden vissersvaartuigen
Onverminderd de bepalingen van artikel 10.3, zevende lid, van het besluitdient ieder vaartuig waarvan de lengte 24 meter of meer bedraagt te zijn voorzien van een radarinstallatie die ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is. Deze radarinstallatie dient in staat te zijn in de 9Ghz-band te werken.