BWBR0013686
Geldig vanaf 2002-05-15
Artikel 10
Subsidieregeling breedband Kenniswijk
1. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de aansluiting, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor een periode van ten minste één jaar na de datum bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, in stand blijft en gebruikt wordt.
2. Indien een van de overeenkomsten bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd, is de subsidieontvanger verplicht de minister binnen twee maanden na de datum van beëindiging hiervan in kennis te stellen.
3. De bedragen genoemd in artikel 5worden niet teruggevorderd indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd in verband met:
a. overlijden van de bewoner, of
b. op last van de rechter of op verzoek van de curator in faillissement, of
c. op last van een uitkeringsinstantie, of
d. om andere redenen die naar het oordeel van de minister de aanvrager in redelijkheid niet kunnen worden verweten.
4. Indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd in verband met verhuizing om andere redenen dan die genoemd in het derde lid, de onderdelen b tot en met d, wordt een evenredig deel van het bedrag genoemd in artikel 5, onderdeel b, teruggevorderd.
5. De bedragen genoemd in artikel 5worden teruggevorderd indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd om andere redenen dan genoemd in het derde of vierde lid.
2. Indien een van de overeenkomsten bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd, is de subsidieontvanger verplicht de minister binnen twee maanden na de datum van beëindiging hiervan in kennis te stellen.
3. De bedragen genoemd in artikel 5worden niet teruggevorderd indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd in verband met:
a. overlijden van de bewoner, of
b. op last van de rechter of op verzoek van de curator in faillissement, of
c. op last van een uitkeringsinstantie, of
d. om andere redenen die naar het oordeel van de minister de aanvrager in redelijkheid niet kunnen worden verweten.
4. Indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd in verband met verhuizing om andere redenen dan die genoemd in het derde lid, de onderdelen b tot en met d, wordt een evenredig deel van het bedrag genoemd in artikel 5, onderdeel b, teruggevorderd.
5. De bedragen genoemd in artikel 5worden teruggevorderd indien één van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, derde lid, binnen een jaar na de datum, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, wordt beëindigd om andere redenen dan genoemd in het derde of vierde lid.