BWBR0013664
Geldig vanaf 2002-05-25
Artikel 2
Regeling cultuurvouchers voortgezet onderwijs 2002
1. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van een school cultuurvouchers om te bevorderen dat leerlingen deelnemen aan culturele activiteiten.
2. Het bevoegd gezag besteedt de cultuurvouchers voor leerlingen in de basisvorming uitsluitend:
a. in het eerste, tweede of derde leerjaar van het vwo of havo;
b. in de eerste twee leerjaren van het vmbo;
c. in een door het bevoegd gezag te bepalen verblijfsjaar van twee cohorten leerlingen jonger dan 16 jaar in het praktijkonderwijs of het vso.
3. De minister stelt de totale waarde van cultuurvouchers voor leerlingen in de basisvorming van een school vast door het totale aantal leerlingen in de eerste twee leerjaren van die school te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling van euro 5,70. Voor elke locatie van een school voor zover die locatie basisvorming verzorgt, verstrekt de minister bovendien twee CKV-docentenpassen. De cultuurvouchers basisvorming worden door de verantwoordelijke docent collectief besteed ten behoeve van een groep leerlingen.
4. Het bevoegd gezag besteedt de cultuurvouchers voor leerlingen in het vmbo die starten met culturele en kunstzinnige vorming, voor leerlingen die CKV1 of KCV in havo of vwo volgen in het vierde, respectievelijk het vierde of het vijfde leerjaar, en voor leerlingen vanaf 16 jaar in het vso of praktijkonderwijs in een door het bevoegd gezag te bepalen verblijfsjaar. Het bevoegd gezag besluit of de cultuurvouchers vmbo, havo, vwo, vso of praktijkonderwijs collectief door de verantwoordelijke docent ten behoeve van een groep leerlingen worden besteed of door de individuele leerling zelf worden besteed.
5. De waarde van cultuurvouchers voor leerlingen in het vmbo, havo, vwo, vso of praktijkonderwijs die geen basisvorming volgen, is euro 22,70 per leerling. Het bevoegd gezag verstrekt aan deze leerlingen de CJP/CKV-pas, behorend bij de cultuurvouchers. Het bevoegd gezag verstrekt tevens per school 4 CKV-docentenpassen, onverminderd het derde lid.
6. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag per CKV-docentenpas cultuurvouchers ter waarde van in totaal euro 22,70.
7. De peildatum voor het aantal leerlingen ten behoeve van het berekenen van de waarde van de cultuurvouchers basisvorming is het aantal leerlingen dat bij de school staat ingeschreven op 1 oktober voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag van toepassing is.
8. De peildatum voor het aantal leerlingen ten behoeve van het berekenen van de waarde van de cultuurvouchers vmbo, havo, vwo, vso of praktijkonderwijs is het aantal leerlingen dat bij de school staat ingeschreven op 1 oktober van het schooljaar waarop de aanvraag van toepassing is.
2. Het bevoegd gezag besteedt de cultuurvouchers voor leerlingen in de basisvorming uitsluitend:
a. in het eerste, tweede of derde leerjaar van het vwo of havo;
b. in de eerste twee leerjaren van het vmbo;
c. in een door het bevoegd gezag te bepalen verblijfsjaar van twee cohorten leerlingen jonger dan 16 jaar in het praktijkonderwijs of het vso.
3. De minister stelt de totale waarde van cultuurvouchers voor leerlingen in de basisvorming van een school vast door het totale aantal leerlingen in de eerste twee leerjaren van die school te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling van euro 5,70. Voor elke locatie van een school voor zover die locatie basisvorming verzorgt, verstrekt de minister bovendien twee CKV-docentenpassen. De cultuurvouchers basisvorming worden door de verantwoordelijke docent collectief besteed ten behoeve van een groep leerlingen.
4. Het bevoegd gezag besteedt de cultuurvouchers voor leerlingen in het vmbo die starten met culturele en kunstzinnige vorming, voor leerlingen die CKV1 of KCV in havo of vwo volgen in het vierde, respectievelijk het vierde of het vijfde leerjaar, en voor leerlingen vanaf 16 jaar in het vso of praktijkonderwijs in een door het bevoegd gezag te bepalen verblijfsjaar. Het bevoegd gezag besluit of de cultuurvouchers vmbo, havo, vwo, vso of praktijkonderwijs collectief door de verantwoordelijke docent ten behoeve van een groep leerlingen worden besteed of door de individuele leerling zelf worden besteed.
5. De waarde van cultuurvouchers voor leerlingen in het vmbo, havo, vwo, vso of praktijkonderwijs die geen basisvorming volgen, is euro 22,70 per leerling. Het bevoegd gezag verstrekt aan deze leerlingen de CJP/CKV-pas, behorend bij de cultuurvouchers. Het bevoegd gezag verstrekt tevens per school 4 CKV-docentenpassen, onverminderd het derde lid.
6. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag per CKV-docentenpas cultuurvouchers ter waarde van in totaal euro 22,70.
7. De peildatum voor het aantal leerlingen ten behoeve van het berekenen van de waarde van de cultuurvouchers basisvorming is het aantal leerlingen dat bij de school staat ingeschreven op 1 oktober voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag van toepassing is.
8. De peildatum voor het aantal leerlingen ten behoeve van het berekenen van de waarde van de cultuurvouchers vmbo, havo, vwo, vso of praktijkonderwijs is het aantal leerlingen dat bij de school staat ingeschreven op 1 oktober van het schooljaar waarop de aanvraag van toepassing is.