1. Een kandidaat is, naast de vrijstelling, bedoeld in
artikel 9, eerste lid, onder a, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.vrijgesteld van het afleggen van eindexamen in een vak, indien:
a. de kandidaat in een voorafgaand schooljaar eindexamen heeft afgelegd voor het desbetreffende vak in het voorbereidend beroepsonderwijs of het middelbaar algemeen voorbereidend onderwijs volgens een C- of D-programma volgens de bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs geldende voorschriften, zoals luidend vóór 1 augustus 1998,
b. de kandidaat een 6 of hoger heeft behaald als eindcijfer voor het desbetreffende vak of, wat betreft een C-programma, een 7 of hoger heeft behaald als eindcijfer voor het desbetreffende vak, en
c. de kandidaat het sectorwerkstuk, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. genoegzaam voltooit.
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing, indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
3.
Artikel 40, eerste lid, van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000is van overeenkomstige toepassing.
4. Vrijstelling vindt plaats overeenkomstig de bijlage van deze regeling.