BWBR0013632
Geldig vanaf 2002-04-27
Artikel 7
Subsidieregeling vereniging Fietsersbond
De subsidieverlening kan worden geweigerd indien:
a. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de Fietsersbond niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de Fietsersbond niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
d. de Fietsersbond ontbonden wordt, failliet is verklaard of aan de Fietsersbond surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
a. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de Fietsersbond niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c. de minister gegronde reden heeft om aan te nemen dat de Fietsersbond niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
d. de Fietsersbond ontbonden wordt, failliet is verklaard of aan de Fietsersbond surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.