BWBR0013627
Geldig vanaf 2002-04-27
Artikel 14
Regeling Inspectie Verkeer en Waterstaat 2002
1. De inspecteur-generaal legt de minister, de secretaris-generaal en de directeuren-generaal jaarlijks uiterlijk in de eerste week van maart een concept-jaarbericht voor, waarin verslag wordt gedaan van de bevindingen uit de toezichtspraktijk van de inspectie, waaronder wordt begrepen een zo volledig en juist mogelijk beeld van de stand van zaken met betrekking tot het vigerende beleid en de vergunningenpraktijk op het terrein van de inspectie, verantwoording over werkwijzen en resultaten van de inspectie in het voorafgaande kalenderjaar en een schets van de ontwikkelingen betreffende de staat van de veiligheid, het milieu en de economie op het terrein van de inspectie.
2. De minister geeft, mede op basis van de reactie van de secretaris-generaal en de directeuren-generaal, binnen vier weken na ontvangst van het concept-jaarbericht zijn bevindingen door aan de inspecteur-generaal.
3. De inspecteur-generaal stelt het al dan niet naar aanleiding van de bevindingen van de minister gewijzigde jaarbericht vast en zendt dit uiterlijk in de derde week van april aan de minister.
4. De minister zendt het jaarbericht onverwijld aan de beide kamers der Staten-Generaal, eventueel vergezeld van zijn commentaar.
2. De minister geeft, mede op basis van de reactie van de secretaris-generaal en de directeuren-generaal, binnen vier weken na ontvangst van het concept-jaarbericht zijn bevindingen door aan de inspecteur-generaal.
3. De inspecteur-generaal stelt het al dan niet naar aanleiding van de bevindingen van de minister gewijzigde jaarbericht vast en zendt dit uiterlijk in de derde week van april aan de minister.
4. De minister zendt het jaarbericht onverwijld aan de beide kamers der Staten-Generaal, eventueel vergezeld van zijn commentaar.