BWBR0013613
Geldig vanaf 2002-05-03
Artikel 6
Besluit instelling Marokkaans-Nederlands Interactieteam Jeugd
1. Het interactieteam stelt jaarlijks een werkplan en de daarbij behorende begroting op.
2. Het interactieteam geeft in het werkplan aan op welke wijze invulling zal worden gegeven aan de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 3, eerste lid.
3. Het interactieteam legt het werkplan en de daarbij behorende begroting voor de periode 11 maart 2002 tot en met 10 maart 2003 uiterlijk 1 mei 2002, en voor de periode 11 maart 2003 tot en met 10 maart 2004 uiterlijk 1 mei 2003 aan de minister en de staatssecretaris ter goedkeuring voor.
4. In het geval de minister en de staatssecretaris van oordeel zijn dat het werkplan of de begroting aanpassing behoeft, stellen zij het interactieteam daartoe in de gelegenheid. De minister en de staatssecretaris stellen daarbij een termijn en geven aan op welke onderdelen het werkplan of de begroting moet worden aangepast.
5. In het geval het werkplan en de daarbij behorende begroting voor de periode 11 maart 2002 tot en met 10 maart 2003 door de minister en de staatssecretaris is goedgekeurd, stellen de minister en de staatssecretaris een bedrag ter hoogte van maximaal € 68.067,03 (inclusief btw) ter beschikking aan het interactieteam.
In het geval het werkplan en de daarbij behorende begroting voor de periode 11 maart 2003 tot en met 10 maart 2004 door de minister en de staatssecretaris is goedgekeurd, stellen de minister en de staatssecretaris wederom een bedrag van maximaal € 68.067,03 (inclusief btw) ter beschikking.
In beide gevallen wordt 80% vooraf bevoorschot. De overige twintig procent wordt overgemaakt na ontvangst en goedkeuring van een jaarverantwoording die vóór 1 juni na afsluiting van het betreffende begrotingsjaar bij BZK moet worden ingediend.
2. Het interactieteam geeft in het werkplan aan op welke wijze invulling zal worden gegeven aan de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 3, eerste lid.
3. Het interactieteam legt het werkplan en de daarbij behorende begroting voor de periode 11 maart 2002 tot en met 10 maart 2003 uiterlijk 1 mei 2002, en voor de periode 11 maart 2003 tot en met 10 maart 2004 uiterlijk 1 mei 2003 aan de minister en de staatssecretaris ter goedkeuring voor.
4. In het geval de minister en de staatssecretaris van oordeel zijn dat het werkplan of de begroting aanpassing behoeft, stellen zij het interactieteam daartoe in de gelegenheid. De minister en de staatssecretaris stellen daarbij een termijn en geven aan op welke onderdelen het werkplan of de begroting moet worden aangepast.
5. In het geval het werkplan en de daarbij behorende begroting voor de periode 11 maart 2002 tot en met 10 maart 2003 door de minister en de staatssecretaris is goedgekeurd, stellen de minister en de staatssecretaris een bedrag ter hoogte van maximaal € 68.067,03 (inclusief btw) ter beschikking aan het interactieteam.
In het geval het werkplan en de daarbij behorende begroting voor de periode 11 maart 2003 tot en met 10 maart 2004 door de minister en de staatssecretaris is goedgekeurd, stellen de minister en de staatssecretaris wederom een bedrag van maximaal € 68.067,03 (inclusief btw) ter beschikking.
In beide gevallen wordt 80% vooraf bevoorschot. De overige twintig procent wordt overgemaakt na ontvangst en goedkeuring van een jaarverantwoording die vóór 1 juni na afsluiting van het betreffende begrotingsjaar bij BZK moet worden ingediend.