BWBR0013596
Geldig vanaf 2002-04-20
Artikel 5
Regeling begroting uitvoeringsorgaan Wtz 1998
De begroting gaat vergezeld van een toelichting waarin:
a. wordt ingegaan op de voorgenomen werkzaamheden die leiden tot een wijziging van de hoogte van de uitvoeringskosten ten opzichte van het voorgaande jaar;
b. per begrotingspost, voorzover mogelijk, een cijfermatige specificatie en onderbouwing wordt gegeven, waarbij kosten van afschrijvingen, rentelasten en dotaties aan voorzieningen worden toegelicht, toegepaste indices worden geëxpliciteerd en substantiële verhogingen of verlagingen van begrotingsposten worden uiteengezet;
c. ten aanzien van de werkzaamheden die vervallen ten opzichte van het voorgaande jaar, de gevolgen voor de uitvoeringskosten worden aangegeven,
d. de investeringsplannen voor het begrotingsjaar en de vier daarop volgende jaren worden vermeld, waarbij per investering wordt aangegeven welke afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn worden gehanteerd;
e. de gronden worden vermeld waarop de meerjarenraming is gebaseerd, waaronder een meerjarig overzicht van de geraamde ontwikkeling van de formatie welke zoveel mogelijk is uitgesplitst naar de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2;
f. belangrijke schommelingen in de meerjarenraming worden toegelicht.
a. wordt ingegaan op de voorgenomen werkzaamheden die leiden tot een wijziging van de hoogte van de uitvoeringskosten ten opzichte van het voorgaande jaar;
b. per begrotingspost, voorzover mogelijk, een cijfermatige specificatie en onderbouwing wordt gegeven, waarbij kosten van afschrijvingen, rentelasten en dotaties aan voorzieningen worden toegelicht, toegepaste indices worden geëxpliciteerd en substantiële verhogingen of verlagingen van begrotingsposten worden uiteengezet;
c. ten aanzien van de werkzaamheden die vervallen ten opzichte van het voorgaande jaar, de gevolgen voor de uitvoeringskosten worden aangegeven,
d. de investeringsplannen voor het begrotingsjaar en de vier daarop volgende jaren worden vermeld, waarbij per investering wordt aangegeven welke afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn worden gehanteerd;
e. de gronden worden vermeld waarop de meerjarenraming is gebaseerd, waaronder een meerjarig overzicht van de geraamde ontwikkeling van de formatie welke zoveel mogelijk is uitgesplitst naar de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2;
f. belangrijke schommelingen in de meerjarenraming worden toegelicht.