BWBR0013592
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 4
Regeling IKAP Verkeer en Waterstaat
De medewerker geeft op het aanvraagformulier zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, aan welk(e) bron(nen) hij wil inzetten ten behoeve van het realiseren van de door hem gekozen doel(en). De medewerker heeft daarbij de keuze uit de volgende bronnen:
a) afzien van de vergoeding, overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, voor maximaal 100 uren meer werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 21, derde en vierde lid ARAR voor hem is vastgesteld. Voor de medewerker met een onvolledige werktijd geldt een evenredig aantal uren als maximum;
b) inhouding op het salaris overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid voor elk minder te werken uur;
c) verlaging van het aantal vakantie-uren zoals bepaald in artikel 22, twaalfde lid ARAR, en afzien van de vergoeding overeenkomstig artikel 8, eerste lid, voor het aantal vakantie-uren waarmee de aanspraak op de vakantie is verlaagd;
d) afzien van de vergoeding voor overwerk op grond van artikel 23 BBRA;
e) afzien van de tegemoetkoming op basis van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel;
f) afzien van de eenmalige toeslag op grond van artikel 22a BBRA (eenmalige toeslag);
g) afzien van de uitkering als bedoeld in artikel 20a, eerste lid onder a van het BBRA (procentueel deel van de eindejaarsuitkering);
h) afzien van de uitkering als bedoeld in artikel 20a, eerste lid onder b van het BBRA (nominaal deel van de eindejaarsuitkering);
i) afzien van (een deel van) de vakantie-uitkering als bedoeld in artikel 21 BBRA;
j) afzien van de toeslag als bedoeld in artikel 22c BBRA (mobiliteitstoeslag).
a) afzien van de vergoeding, overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid, voor maximaal 100 uren meer werken dan het aantal uren dat op grond van artikel 21, derde en vierde lid ARAR voor hem is vastgesteld. Voor de medewerker met een onvolledige werktijd geldt een evenredig aantal uren als maximum;
b) inhouding op het salaris overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid voor elk minder te werken uur;
c) verlaging van het aantal vakantie-uren zoals bepaald in artikel 22, twaalfde lid ARAR, en afzien van de vergoeding overeenkomstig artikel 8, eerste lid, voor het aantal vakantie-uren waarmee de aanspraak op de vakantie is verlaagd;
d) afzien van de vergoeding voor overwerk op grond van artikel 23 BBRA;
e) afzien van de tegemoetkoming op basis van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel;
f) afzien van de eenmalige toeslag op grond van artikel 22a BBRA (eenmalige toeslag);
g) afzien van de uitkering als bedoeld in artikel 20a, eerste lid onder a van het BBRA (procentueel deel van de eindejaarsuitkering);
h) afzien van de uitkering als bedoeld in artikel 20a, eerste lid onder b van het BBRA (nominaal deel van de eindejaarsuitkering);
i) afzien van (een deel van) de vakantie-uitkering als bedoeld in artikel 21 BBRA;
j) afzien van de toeslag als bedoeld in artikel 22c BBRA (mobiliteitstoeslag).