BWBR0013578
Geldig vanaf 2002-04-18
Artikel 3
Samenstelling en werkwijze Bedrijfscommissie voor de Overheid 2002
1. De leden en de plaatsvervangende leden van de bedrijfscommissie treden om de vier jaar tegelijk af en kunnen terstond opnieuw worden benoemd.
2. Het tijdstip waarop de eerste zittingsperiode aanvangt, wordt bepaald door de WOR-Kamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.
3. Hij die tot lid of tot plaatsvervangend lid van de bedrijfscommissie is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4. Van de benoeming van een lid of een plaatsvervangend lid geven het Verbond Sectorwerkgevers Overheid en de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel schriftelijk kennis aan de bedrijfscommissie.
2. Het tijdstip waarop de eerste zittingsperiode aanvangt, wordt bepaald door de WOR-Kamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.
3. Hij die tot lid of tot plaatsvervangend lid van de bedrijfscommissie is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4. Van de benoeming van een lid of een plaatsvervangend lid geven het Verbond Sectorwerkgevers Overheid en de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel schriftelijk kennis aan de bedrijfscommissie.