Artikel 1
Besluit locatiespecifieke omstandigheden bodemsanering
2. De in het eerste lid bedoelde maatregelen leiden er in ieder geval toe:
a. indien de verontreiniging zich verspreidt of dreigt te verspreiden: 1°. Dat de verontreiniging zoveel mogelijk wordt verwijderd;
2°. voorzover de verontreiniging niet wordt verwijderd: dat zij zich binnen een zo kort mogelijke termijn, doch in ieder geval binnen ten hoogste dertig jaar nadat is begonnen met de uitvoering van het saneringsplan, bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming, niet meer verspreidt of dreigt te verspreiden;
1°. Dat de verontreiniging zoveel mogelijk wordt verwijderd;
2°. voorzover de verontreiniging niet wordt verwijderd: dat zij zich binnen een zo kort mogelijke termijn, doch in ieder geval binnen ten hoogste dertig jaar nadat is begonnen met de uitvoering van het saneringsplan, bedoeld in artikel 39 van de Wet bodembescherming, niet meer verspreidt of dreigt te verspreiden;
b. indien de verontreiniging zich noch verspreidt, noch dreigt te verspreiden: dat de bodem geschikt wordt gemaakt voor het beoogde gebruik.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl