BWBR0013506
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 7
Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap
1. Het voornemen tot een besluit tot intrekking van het Nederlanderschap als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Rijkswetwordt ter beoordeling voorgelegd door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan de Minister.
2. Onder rechtstreeks betrokken persoon als bedoeld in artikel 66, vijfde lid, Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschapwordt eveneens verstaan, voor zover zij daarbij een rechtstreeks belang hebben, degene die met de persoon op wie het voornemen tot intrekking rechtstreeks betrekking heeft, een duurzame relatie heeft en bij hem duurzaam inwonend is, als ook de bij deze persoon inwonende minderjarige stiefkinderen.
2. Onder rechtstreeks betrokken persoon als bedoeld in artikel 66, vijfde lid, Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschapwordt eveneens verstaan, voor zover zij daarbij een rechtstreeks belang hebben, degene die met de persoon op wie het voornemen tot intrekking rechtstreeks betrekking heeft, een duurzame relatie heeft en bij hem duurzaam inwonend is, als ook de bij deze persoon inwonende minderjarige stiefkinderen.