BWBR0013502
Geldig vanaf 2002-03-09
Artikel 5
Regeling aanvullende bekostiging bestuurlijke krachtenbundeling vo
1. Met het oog op het kwaliteits- en personeelsbeleid vormen bevoegde gezagsorganen voor de door hen aangewezen scholen een samenwerkingsverband vo. Een samenwerkingsverband vo omvat tenminste 400 formatieplaatsen of tenminste 5 scholen per 1 augustus van het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.
2. Voor de vaststelling van het aantal formatieplaatsen wordt uitgegaan van de som van de formatieplaatsom-vang van de deelnemende scholen op 1 augustus van het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.
3. Voor de vaststelling van het aantal scholen wordt uitgegaan van het aantal deelnemende scholen op 1 augustus van het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.
4. De bevoegde gezagen stellen een overeenkomst op die tenminste omvat:
a. een omschrijving van een geïntegreerd personeelsbeleid waaronder mede begrepen een mobiliteitsbeleid en
b. afspraken over de inzet van de aanvullende bekostiging genoemd in artikel 2;
c. de afspraak dat de duur van de overeenkomst ten minste 2 schooljaren bedraagt;
d. de aanwijzing van het bevoegd gezag dat als coör- dinator optreedt;
e. de afspraak dat bij formatieve wijziging, plaatsing van personeel in het risicodragend deel van de formatie of ontslag, de samenwerkende bevoegde gezagsorganen zich voor die scholen gedragen als één bevoegd gezag;
f. de afspraak dat indien vacatureruimte bij één van de deelnemende scholen niet ingevuld kan worden door personeelsleden die in het risicodragend deel van de formatie zijn geplaatst, deze vacature bij voorrang moet worden aangeboden aan wachtgelders van alle deelnemende bevoegde gezagsorganen.
5. Een school kan slechts aan één samenwerkingsovereenkomst deelnemen.
2. Voor de vaststelling van het aantal formatieplaatsen wordt uitgegaan van de som van de formatieplaatsom-vang van de deelnemende scholen op 1 augustus van het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.
3. Voor de vaststelling van het aantal scholen wordt uitgegaan van het aantal deelnemende scholen op 1 augustus van het schooljaar waarvoor de aanvullende bekostiging wordt aangevraagd.
4. De bevoegde gezagen stellen een overeenkomst op die tenminste omvat:
a. een omschrijving van een geïntegreerd personeelsbeleid waaronder mede begrepen een mobiliteitsbeleid en
b. afspraken over de inzet van de aanvullende bekostiging genoemd in artikel 2;
c. de afspraak dat de duur van de overeenkomst ten minste 2 schooljaren bedraagt;
d. de aanwijzing van het bevoegd gezag dat als coör- dinator optreedt;
e. de afspraak dat bij formatieve wijziging, plaatsing van personeel in het risicodragend deel van de formatie of ontslag, de samenwerkende bevoegde gezagsorganen zich voor die scholen gedragen als één bevoegd gezag;
f. de afspraak dat indien vacatureruimte bij één van de deelnemende scholen niet ingevuld kan worden door personeelsleden die in het risicodragend deel van de formatie zijn geplaatst, deze vacature bij voorrang moet worden aangeboden aan wachtgelders van alle deelnemende bevoegde gezagsorganen.
5. Een school kan slechts aan één samenwerkingsovereenkomst deelnemen.