BWBR0013490
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 4
Vaststellingsbesluit regels met betrekking tot commissies bedoeld in Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding
1. Op de voordracht van de voorzitters wijzen Onze Ministers een coördinerend voorzitter en een plaatsvervangend coördinerend voorzitter aan.
2. De coördinerend voorzitter of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend coördinerend voorzitter heeft in ieder geval tot taak:
a. het initiëren en voorzitten van overleg tussen de voorzitters;
b. het zorgdragen, na overleg met de voorzitters, voor het opstellen van richtlijnen met betrekking tot de voorlichtingsactiviteiten;
c. het vertegenwoordigen van de voorzitters;
d. het geven van aanwijzingen aan de algemeen secretaris, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
2. De coördinerend voorzitter of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend coördinerend voorzitter heeft in ieder geval tot taak:
a. het initiëren en voorzitten van overleg tussen de voorzitters;
b. het zorgdragen, na overleg met de voorzitters, voor het opstellen van richtlijnen met betrekking tot de voorlichtingsactiviteiten;
c. het vertegenwoordigen van de voorzitters;
d. het geven van aanwijzingen aan de algemeen secretaris, bedoeld in artikel 6, eerste lid.