BWBR0013482
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 2
Regeling administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten
1. Een registratie wordt bijgehouden voor specimens van de volgende diersoorten:
a. levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte vogels, behorende tot beschermde inheemse en uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de basisverordening, met uitzondering van in gevangenschap geboren en gefokte specimens van de in bijlage VIII bij de uitvoeringsverordening genoemde diersoorten en de hybriden daarvan;
b. levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte gewervelde dieren, niet zijnde vogels, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de basisverordening;
c. levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage B bij de basisverordening, met uitzondering van: 1. gefokte vogels, die van een naadloos gesloten pootring zijn voorzien, en
2. de soorten als genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;
1. gefokte vogels, die van een naadloos gesloten pootring zijn voorzien, en
2. de soorten als genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;
d. in afwijking van onderdeel c, onder i., levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige roofvogels (orde Falconiformes) of uilen (orde Strigiformes), behorende tot beschermde inheemse of uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage B bij de basisverordening;
e. levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, als aangewezen in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet.
2. Een registratie wordt bijgehouden voor de volgende plantensoorten:
a. levende specimens van kunstmatig gekweekte plantensoorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening,
b. levende specimens van kunstmatig gekweekte hybriden van niet van een annotatie voorziene soorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening, voorzover voor die soorten een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 8 van de uitvoeringsverordening is afgegeven.
a. levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte vogels, behorende tot beschermde inheemse en uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de basisverordening, met uitzondering van in gevangenschap geboren en gefokte specimens van de in bijlage VIII bij de uitvoeringsverordening genoemde diersoorten en de hybriden daarvan;
b. levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte gewervelde dieren, niet zijnde vogels, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de basisverordening;
c. levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage B bij de basisverordening, met uitzondering van: 1. gefokte vogels, die van een naadloos gesloten pootring zijn voorzien, en
2. de soorten als genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;
1. gefokte vogels, die van een naadloos gesloten pootring zijn voorzien, en
2. de soorten als genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;
d. in afwijking van onderdeel c, onder i., levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige roofvogels (orde Falconiformes) of uilen (orde Strigiformes), behorende tot beschermde inheemse of uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage B bij de basisverordening;
e. levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, als aangewezen in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet.
2. Een registratie wordt bijgehouden voor de volgende plantensoorten:
a. levende specimens van kunstmatig gekweekte plantensoorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening,
b. levende specimens van kunstmatig gekweekte hybriden van niet van een annotatie voorziene soorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening, voorzover voor die soorten een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 8 van de uitvoeringsverordening is afgegeven.