BWBR0013444
Geldig vanaf 2007-10-02
Artikel 2
Regeling voorzieningen stralingsbescherming werknemers
1. De minister houdt een register bij waarin een stralingsarts wordt ingeschreven.
2. Een inschrijving vindt plaats indien de aanvrager:
a. als arts arbeid en gezondheid, bedrijfsarts, is ingeschreven in het register van erkende sociaal geneeskundigen, dat wordt bijgehouden door de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst; en
b. hetzij in het bezit is van een recent diploma ioniserende straling niveau 3 van een opleiding als bedoeld in artikel 132, tweede lid, van het besluit, hetzij een minder recent, maar niet langer dan vijf jaar geleden afgegeven, diploma als bedoeld, mits de aanvrager kan aantonen dat hij na het behalen van het diploma de noodzakelijke kennis heeft bijgehouden, aan welke eis in ieder geval wordt voldaan indien de aanvrager na- of bijscholingsactiviteiten heeft gevolgd, overeenkomstig die bedoeld in bijlage A, onder I, behorende bij deze regeling.
3. De inschrijving geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar; na afloop van die periode kan de inschrijving op aanvraag telkens met ten hoogste vijf jaar worden verlengd, indien de aanvrager kan aantonen dat hij:
a. als arts arbeid en gezondheid, bedrijfsarts, is ingeschreven in het register van erkende sociaal geneeskundigen, dat wordt bijgehouden door de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst en
b. in de afgelopen inschrijvingsperiode van vijf jaar de noodzakelijke kennis heeft bijgehouden.
Aan de eis, genoemd onder b, wordt in ieder geval voldaan indien de aanvrager voldoet aan de criteria, opgenomen in bijlage A, behorende bij deze regeling.
4. De aanvrager van een inschrijving verstrekt aan de minister een bewijs van de inschrijving als arts arbeid en gezondheid, bedrijfsarts en een afschrift van het diploma, bedoeld in het tweede lid, onder b.
5. De minister kan de inschrijving doorhalen op verzoek van de geregistreerde of indien hem relevante gegevens bereiken die de doorhaling rechtvaardigen.
6. De minister doet mededeling van een inschrijving, weigering of doorhaling in de Staatscourant.
2. Een inschrijving vindt plaats indien de aanvrager:
a. als arts arbeid en gezondheid, bedrijfsarts, is ingeschreven in het register van erkende sociaal geneeskundigen, dat wordt bijgehouden door de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst; en
b. hetzij in het bezit is van een recent diploma ioniserende straling niveau 3 van een opleiding als bedoeld in artikel 132, tweede lid, van het besluit, hetzij een minder recent, maar niet langer dan vijf jaar geleden afgegeven, diploma als bedoeld, mits de aanvrager kan aantonen dat hij na het behalen van het diploma de noodzakelijke kennis heeft bijgehouden, aan welke eis in ieder geval wordt voldaan indien de aanvrager na- of bijscholingsactiviteiten heeft gevolgd, overeenkomstig die bedoeld in bijlage A, onder I, behorende bij deze regeling.
3. De inschrijving geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar; na afloop van die periode kan de inschrijving op aanvraag telkens met ten hoogste vijf jaar worden verlengd, indien de aanvrager kan aantonen dat hij:
a. als arts arbeid en gezondheid, bedrijfsarts, is ingeschreven in het register van erkende sociaal geneeskundigen, dat wordt bijgehouden door de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst en
b. in de afgelopen inschrijvingsperiode van vijf jaar de noodzakelijke kennis heeft bijgehouden.
Aan de eis, genoemd onder b, wordt in ieder geval voldaan indien de aanvrager voldoet aan de criteria, opgenomen in bijlage A, behorende bij deze regeling.
4. De aanvrager van een inschrijving verstrekt aan de minister een bewijs van de inschrijving als arts arbeid en gezondheid, bedrijfsarts en een afschrift van het diploma, bedoeld in het tweede lid, onder b.
5. De minister kan de inschrijving doorhalen op verzoek van de geregistreerde of indien hem relevante gegevens bereiken die de doorhaling rechtvaardigen.
6. De minister doet mededeling van een inschrijving, weigering of doorhaling in de Staatscourant.