BWBR0013405
Geldig vanaf 2004-03-24
Artikel 2
Besluit gelijke behandeling bij pensioenen
1. Per geboden keuzemogelijkheid als bedoeld in artikel 2bof artikel 2c van de wet, wordt voor een bepaalde periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde ruilvoet of opbouwkeuzevoet vastgesteld.
2. De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de artikelen 2b, derde lid, en 2c, eerste lid, van de wet.
3. In afwijking van het eerste lid kan aan een gewezen deelnemer de ruilvoet worden toegekend, die geldt op de dag van beëindiging van de deelneming.
2. De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de artikelen 2b, derde lid, en 2c, eerste lid, van de wet.
3. In afwijking van het eerste lid kan aan een gewezen deelnemer de ruilvoet worden toegekend, die geldt op de dag van beëindiging van de deelneming.