BWBR0013402
Geldig vanaf 2007-02-17
Artikel 3
Wet ammoniak en veehouderij
1. Bij beslissingen inzake de omgevingsvergunning voor de oprichting of verandering van een veehouderij betrekt het bevoegd gezag de gevolgen van ammoniakemissie uit de tot de veehouderij behorende dierenverblijven uitsluitend op de wijze die is aangegeven bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 7.
2. Het eerste lid geldt niet voor de gevolgen voor het milieu die veroorzaakt worden door directe opname uit de lucht van ammoniak door planten en bomen.
3. Het eerste lid geldt evenmin voor het weigeren van de omgevingsvergunning op de grond dat door verlening daarvan niet aan artikel <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">2.14, eerste lid, onder c, onder 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingrecht</a>kan worden voldaan en voor voorschriften die met toepassing van het bepaalde krachtens <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.22, derde lid, van die wet</a>of <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/1.3c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.3c</a>of <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/8.40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">8.40 van de Wet milieubeheer</a>worden gesteld om te bereiken dat in de veehouderij ten minste de voor de veehouderij in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Daarbij geldt dat de vergunningverlening wordt beoordeeld naar de overeenstemming van de som van de ammoniakemissies uit de tot de inrichting behorende dierenverblijven met de som van de ammoniakemissies die zijn toegestaan bij een beoordeling per afzonderlijk huisvestingssysteem, met dien verstande dat een huisvestingssysteem dat op 1 januari 2007 nog niet in de veehouderij aanwezig was, afzonderlijk aan de voorschriften voldoet. Voorzover de voorschriften betrekking hebben op IPPC-installatie wordt de vergunning eveneens geweigerd indien niet kan worden voldaan aan voorschriften die vanwege de technische kenmerken en de geografische ligging van de installatie of vanwege de plaatselijke milieuomstandigheden moeten worden gesteld, maar die niet met toepassing van de in aanmerking komende beste beschikbare technieken kunnen worden gerealiseerd.
4. Het eerste lid geldt – onverminderd artikel 7– evenmin bij het nemen van een besluit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/7.35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.35 van de Wet milieubeheer</a>met betrekking tot een veehouderij, bij de voorbereiding waarvan krachtens <a href="/wet/BWBR0003245" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer</a>een milieueffectrapport dient te worden gemaakt.
2. Het eerste lid geldt niet voor de gevolgen voor het milieu die veroorzaakt worden door directe opname uit de lucht van ammoniak door planten en bomen.
3. Het eerste lid geldt evenmin voor het weigeren van de omgevingsvergunning op de grond dat door verlening daarvan niet aan artikel <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">2.14, eerste lid, onder c, onder 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingrecht</a>kan worden voldaan en voor voorschriften die met toepassing van het bepaalde krachtens <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.22, derde lid, van die wet</a>of <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/1.3c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.3c</a>of <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/8.40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">8.40 van de Wet milieubeheer</a>worden gesteld om te bereiken dat in de veehouderij ten minste de voor de veehouderij in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Daarbij geldt dat de vergunningverlening wordt beoordeeld naar de overeenstemming van de som van de ammoniakemissies uit de tot de inrichting behorende dierenverblijven met de som van de ammoniakemissies die zijn toegestaan bij een beoordeling per afzonderlijk huisvestingssysteem, met dien verstande dat een huisvestingssysteem dat op 1 januari 2007 nog niet in de veehouderij aanwezig was, afzonderlijk aan de voorschriften voldoet. Voorzover de voorschriften betrekking hebben op IPPC-installatie wordt de vergunning eveneens geweigerd indien niet kan worden voldaan aan voorschriften die vanwege de technische kenmerken en de geografische ligging van de installatie of vanwege de plaatselijke milieuomstandigheden moeten worden gesteld, maar die niet met toepassing van de in aanmerking komende beste beschikbare technieken kunnen worden gerealiseerd.
4. Het eerste lid geldt – onverminderd artikel 7– evenmin bij het nemen van een besluit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/7.35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.35 van de Wet milieubeheer</a>met betrekking tot een veehouderij, bij de voorbereiding waarvan krachtens <a href="/wet/BWBR0003245" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer</a>een milieueffectrapport dient te worden gemaakt.