BWBR0013387
Geldig vanaf 2002-02-02
Artikel 11
Subsidieregeling breedbandproeven
1. De minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 10afwijzend is beslist, het advies in van de Adviescommissie breedbandproeven.
2. De commissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien:
a. onvoldoende aannemelijk is dat het project zonder de subsidie naar verwachting niet of met belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren of dat zij het project kunnen financieren;
d. het project onvoldoende bijdraagt aan de ontwikkeling van breedband of de diensten die daarover worden geleverd.
3. De commissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de organisatie voor de uitvoering van het project beter is vormgegeven;
b. meer verschillende gebruikersgroepen zijn betrokken en de omvang van de vraagzijde geschikter is om de effecten van schaalbaarheid te kunnen inschatten;
c. meer verschillende aanbieders zijn betrokken en de omvang van de aanbodzijde geschikter is om de effecten van schaalbaarheid te kunnen inschatten;
d. het betere mogelijkheden biedt tot verspreiding en overdracht van kennis.
4. Voor de rangschikking door de commissie wegen de in het derde lid genoemde criteria even zwaar.
2. De commissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien:
a. onvoldoende aannemelijk is dat het project zonder de subsidie naar verwachting niet of met belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het project;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren of dat zij het project kunnen financieren;
d. het project onvoldoende bijdraagt aan de ontwikkeling van breedband of de diensten die daarover worden geleverd.
3. De commissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de organisatie voor de uitvoering van het project beter is vormgegeven;
b. meer verschillende gebruikersgroepen zijn betrokken en de omvang van de vraagzijde geschikter is om de effecten van schaalbaarheid te kunnen inschatten;
c. meer verschillende aanbieders zijn betrokken en de omvang van de aanbodzijde geschikter is om de effecten van schaalbaarheid te kunnen inschatten;
d. het betere mogelijkheden biedt tot verspreiding en overdracht van kennis.
4. Voor de rangschikking door de commissie wegen de in het derde lid genoemde criteria even zwaar.