BWBR0013362
Geldig vanaf 2016-05-04
Artikel 4c
Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek
1. Zodra zich een omstandigheid voordoet die meebrengt dat degene wiens handpalmafdrukken zijn verwerkt, niet langer als een verdachte van een strafbaar feit kan worden aangemerkt, worden zijn handpalmafdrukken vernietigd.
2. Van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake bij een beslissing tot niet-vervolging, een kennisgeving van niet verdere vervolging, een onherroepelijke buitenvervolgingstelling, een rechterlijke verklaring dat de zaak geëindigd is, een onherroepelijke vrijspraak of een onherroepelijk ontslag van alle rechtsvervolging waarbij niet een maatregel als bedoeld in artikel 37, 37ajuncto 37bof 38, 38mof 77s van het Wetboek van Strafrechtis opgelegd.
3. In afwijking van het eerste lid wordt van het vernietigen van de in deze leden bedoelde handpalmafdrukken afgezien indien degene wiens handpalmafdrukken het betreft, in een andere zaak als verdachte van een strafbaar feit is aangemerkt of in een andere zaak is veroordeeld.
4. In afwijking van het eerste lid wordt van het vernietigen van de handpalmafdrukken afgezien indien degene wiens handpalmafdrukken het betreft, een gewezen verdachte is die niet eerder voor hetzelfde feit in een herzieningsprocedure als bedoeld in Titel VIII van het Derde Boek van de wetis vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging. De handpalmafdrukken kunnen in dat geval uitsluitend worden geraadpleegd met het oog op een herziening ten nadele op de in artikel 482a, eerste lid, onder a, van de wetbedoelde grond en na toestemming van de rechter-commissaris.
2. Van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake bij een beslissing tot niet-vervolging, een kennisgeving van niet verdere vervolging, een onherroepelijke buitenvervolgingstelling, een rechterlijke verklaring dat de zaak geëindigd is, een onherroepelijke vrijspraak of een onherroepelijk ontslag van alle rechtsvervolging waarbij niet een maatregel als bedoeld in artikel 37, 37ajuncto 37bof 38, 38mof 77s van het Wetboek van Strafrechtis opgelegd.
3. In afwijking van het eerste lid wordt van het vernietigen van de in deze leden bedoelde handpalmafdrukken afgezien indien degene wiens handpalmafdrukken het betreft, in een andere zaak als verdachte van een strafbaar feit is aangemerkt of in een andere zaak is veroordeeld.
4. In afwijking van het eerste lid wordt van het vernietigen van de handpalmafdrukken afgezien indien degene wiens handpalmafdrukken het betreft, een gewezen verdachte is die niet eerder voor hetzelfde feit in een herzieningsprocedure als bedoeld in Titel VIII van het Derde Boek van de wetis vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging. De handpalmafdrukken kunnen in dat geval uitsluitend worden geraadpleegd met het oog op een herziening ten nadele op de in artikel 482a, eerste lid, onder a, van de wetbedoelde grond en na toestemming van de rechter-commissaris.