BWBR0013359
Geldig vanaf 2001-12-04
Artikel 2
Regeling uitvoering integriteitsbeleid AZ 2001
1. De medewerker die in dienst treedt bij of wordt verplaats naar het ministerie legt zo spoedig mogelijk na het eerste moment van uitoefenen van de functie een eed of een belofte af als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van het ARAR.
2. Hij legt de eed of belofte af ten overstaan van de (plaatsvervangend) secretaris-generaal en in aanwezigheid van een getuige.
2. Hij legt de eed of belofte af ten overstaan van de (plaatsvervangend) secretaris-generaal en in aanwezigheid van een getuige.