BWBR0013356
Geldig vanaf 2002-02-01
Artikel 8
Examenreglement buitengewoon opsporingsambtenaar 2002
1. Kandidaten dienen 15 minuten voor aanvang van het examen aanwezig te zijn.
2. Voor de aanvang van het examen ontvangen de kandidaten mondeling instructie van de examenleider.
3. Ten overstaan van de kandidaten opent de examenleider de verzegelde enveloppen met examenopgaven.
4. Tijdens de afname van het examen worden aan de kandidaten geen mededelingen gedaan aangaande de examenopgaven, van welke aard dan ook.
5. De examenleider draagt zorg voor de controle van de oproep voor het examen en van een geldig legitimatiebewijs ten name van de kandidaat. Als geldig legitimatiebewijs worden uitsluitend de volgende documenten toegestaan: paspoort, een rijbewijs, een toeristenkaart, een Europese of Nederlandse identiteitskaart waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken. Een kandidaat die geen oproep en/of geldig legitimatiebewijs kan tonen, wordt (verdere) deelname aan het examen ontzegd en dient de examenlocatie, onder achterlating van de examenbescheiden, te verlaten.
6. Gedurende het examen is het kandidaten niet geoorloofd:
a. zonder toestemming van de examenleider de examenlocatie te verlaten;
b. andere dan volgens de kandidaatsinstructie toegestane materialen en/of hulpmiddelen te gebruiken;
c. de examenlokaliteit definitief te verlaten voor 30 minuten na aanvang van het examen;
d. de examenlokaliteit definitief te verlaten na 15 minuten voor het einde van het examen.
7. Een kandidaat die te laat komt, wordt uiterlijk tot 30 minuten na aanvang van een examenonderdeel tot de examenlocatie toegelaten. De kandidaat levert het werk uiterlijk in op het tijdstip dat voor de andere kandidaten geldt.
8. Een kandidaat die de examenlokaliteit tussentijds wil verlaten met het doel om na terugkeer het examen te hervatten, meldt dit door handopheffing. Na toestemming van de examenleider mag de kandidaat onder achterlating van de examenbescheiden en onder begeleiding van een surveillant de examenlocatie verlaten.
9. Kandidaten die hun examen gereed hebben, melden dit door handopheffing aan de surveillant en kunnen de examenbescheiden inleveren. Een surveillant controleert of alle bescheiden ingeleverd zijn.
10. De examenleider wijst de kandidaten 15 minuten voor het verstrijken van de examentijd op de dan nog beschikbare tijd.
11. Na het verstrijken van de examentijd, geeft de examenleider de kandidaten instructie het werken te staken. De examenleider draagt zorg voor het verzamelen van alle examenmaterialen, de examenopgaven daaronder begrepen. Na controle van de examenbescheiden geeft de examenleider de kandidaten toestemming de examenlocatie te verlaten.
2. Voor de aanvang van het examen ontvangen de kandidaten mondeling instructie van de examenleider.
3. Ten overstaan van de kandidaten opent de examenleider de verzegelde enveloppen met examenopgaven.
4. Tijdens de afname van het examen worden aan de kandidaten geen mededelingen gedaan aangaande de examenopgaven, van welke aard dan ook.
5. De examenleider draagt zorg voor de controle van de oproep voor het examen en van een geldig legitimatiebewijs ten name van de kandidaat. Als geldig legitimatiebewijs worden uitsluitend de volgende documenten toegestaan: paspoort, een rijbewijs, een toeristenkaart, een Europese of Nederlandse identiteitskaart waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken. Een kandidaat die geen oproep en/of geldig legitimatiebewijs kan tonen, wordt (verdere) deelname aan het examen ontzegd en dient de examenlocatie, onder achterlating van de examenbescheiden, te verlaten.
6. Gedurende het examen is het kandidaten niet geoorloofd:
a. zonder toestemming van de examenleider de examenlocatie te verlaten;
b. andere dan volgens de kandidaatsinstructie toegestane materialen en/of hulpmiddelen te gebruiken;
c. de examenlokaliteit definitief te verlaten voor 30 minuten na aanvang van het examen;
d. de examenlokaliteit definitief te verlaten na 15 minuten voor het einde van het examen.
7. Een kandidaat die te laat komt, wordt uiterlijk tot 30 minuten na aanvang van een examenonderdeel tot de examenlocatie toegelaten. De kandidaat levert het werk uiterlijk in op het tijdstip dat voor de andere kandidaten geldt.
8. Een kandidaat die de examenlokaliteit tussentijds wil verlaten met het doel om na terugkeer het examen te hervatten, meldt dit door handopheffing. Na toestemming van de examenleider mag de kandidaat onder achterlating van de examenbescheiden en onder begeleiding van een surveillant de examenlocatie verlaten.
9. Kandidaten die hun examen gereed hebben, melden dit door handopheffing aan de surveillant en kunnen de examenbescheiden inleveren. Een surveillant controleert of alle bescheiden ingeleverd zijn.
10. De examenleider wijst de kandidaten 15 minuten voor het verstrijken van de examentijd op de dan nog beschikbare tijd.
11. Na het verstrijken van de examentijd, geeft de examenleider de kandidaten instructie het werken te staken. De examenleider draagt zorg voor het verzamelen van alle examenmaterialen, de examenopgaven daaronder begrepen. Na controle van de examenbescheiden geeft de examenleider de kandidaten toestemming de examenlocatie te verlaten.