BWBR0013308
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 5:6
Organisatiebesluit BZK
1. De Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen staat onder leiding van een Vertegenwoordiger en een plaatsvervangend Vertegenwoordiger.
2. De Vertegenwoordiging heeft de volgende taken (koninklijk besluit van 24 april 1997, regelende de positie en functie van Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba):
a) het optreden als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering en de eilandbesturen van de Nederlandse Antillen;
b) het onderhouden van contacten met de regering en de eilandbesturen, alsmede met andere autoriteiten in de Nederlandse Antillen;
c) het informeren van de bewindspersonen en de ambtelijke leiding van het ministerie over de politieke, bestuurlijke, financiële, maatschappelijke en sociaal-economische ontwikkelingen in de Nederlandse Antillen;
d) het voorbereiden en begeleiden van bezoeken van Nederlandse ministers en staatssecretarissen, bestuurders en andere autoriteiten aan de Nederlandse Antillen;
e) het zorgdragen voor het monitoren van afspraken in het kader van het samenwerkingsbeleid;
f) het verlenen van consulaire bijstand aan Europese Nederlanders;
g) het verrichten van taken ingevolge de Kieswet.
2. De Vertegenwoordiging heeft de volgende taken (koninklijk besluit van 24 april 1997, regelende de positie en functie van Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba):
a) het optreden als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering en de eilandbesturen van de Nederlandse Antillen;
b) het onderhouden van contacten met de regering en de eilandbesturen, alsmede met andere autoriteiten in de Nederlandse Antillen;
c) het informeren van de bewindspersonen en de ambtelijke leiding van het ministerie over de politieke, bestuurlijke, financiële, maatschappelijke en sociaal-economische ontwikkelingen in de Nederlandse Antillen;
d) het voorbereiden en begeleiden van bezoeken van Nederlandse ministers en staatssecretarissen, bestuurders en andere autoriteiten aan de Nederlandse Antillen;
e) het zorgdragen voor het monitoren van afspraken in het kader van het samenwerkingsbeleid;
f) het verlenen van consulaire bijstand aan Europese Nederlanders;
g) het verrichten van taken ingevolge de Kieswet.