BWBR0013301
Geldig vanaf 2002-01-10
Artikel 3
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering
1. Een basisproject huishoudelijke afvalstoffen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk gebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband;
b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
2. Een gemeente die, of een samenwerkingsverband dat een aanvraag tot subsidieverlening voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen heeft ingediend, kan pas na inhoudelijke afronding van dat project een aanvraag voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen indienen.
3. Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk gebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband,
b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan drie jaar bedraagt,
c. bij de aanvraag een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is overgelegd, en
d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project.
4. Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen komt niet voor subsidie in aanmerking indien het hoofdzakelijk een voortzetting inhoudt van reeds ingevoerde maatregelen.
5. Een beleidsproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. de in de aanvraag vermelde voornemens zullen leiden tot een adequate beschrijving van activiteiten als bedoeld in een beleidsplan inrichtingen, en
b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan zes maanden bedraagt.
6. Een kennisproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. bij de aanvraag de volgende gegevens worden overgelegd: 1°. een beleidsplan inrichtingen;
2°. gegevens omtrent de wijze en het tijdstip waarop verkregen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving voor onderscheiden categorieën van inrichtingen met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;
3°. gegevens omtrent de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van toegepaste kennis of vaardigheden;
1°. een beleidsplan inrichtingen;
2°. gegevens omtrent de wijze en het tijdstip waarop verkregen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving voor onderscheiden categorieën van inrichtingen met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;
3°. gegevens omtrent de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van toegepaste kennis of vaardigheden;
b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.
7. Een uitvoeringsproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. bij de aanvraag de volgende gegevens worden overgelegd: 1°. een beleidsplan inrichtingen;
2°. de categorieën van inrichtingen waar het project betrekking op heeft;
3°. de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten;
1°. een beleidsplan inrichtingen;
2°. de categorieën van inrichtingen waar het project betrekking op heeft;
3°. de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten;
b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.
8. Een combinatieproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. het voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het zesde lid, onder a, en het zevende lid, onder a;
b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.
a. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk gebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband;
b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
2. Een gemeente die, of een samenwerkingsverband dat een aanvraag tot subsidieverlening voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen heeft ingediend, kan pas na inhoudelijke afronding van dat project een aanvraag voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen indienen.
3. Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk gebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband,
b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan drie jaar bedraagt,
c. bij de aanvraag een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is overgelegd, en
d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project.
4. Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen komt niet voor subsidie in aanmerking indien het hoofdzakelijk een voortzetting inhoudt van reeds ingevoerde maatregelen.
5. Een beleidsproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. de in de aanvraag vermelde voornemens zullen leiden tot een adequate beschrijving van activiteiten als bedoeld in een beleidsplan inrichtingen, en
b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan zes maanden bedraagt.
6. Een kennisproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. bij de aanvraag de volgende gegevens worden overgelegd: 1°. een beleidsplan inrichtingen;
2°. gegevens omtrent de wijze en het tijdstip waarop verkregen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving voor onderscheiden categorieën van inrichtingen met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;
3°. gegevens omtrent de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van toegepaste kennis of vaardigheden;
1°. een beleidsplan inrichtingen;
2°. gegevens omtrent de wijze en het tijdstip waarop verkregen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving voor onderscheiden categorieën van inrichtingen met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;
3°. gegevens omtrent de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van toegepaste kennis of vaardigheden;
b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.
7. Een uitvoeringsproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. bij de aanvraag de volgende gegevens worden overgelegd: 1°. een beleidsplan inrichtingen;
2°. de categorieën van inrichtingen waar het project betrekking op heeft;
3°. de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten;
1°. een beleidsplan inrichtingen;
2°. de categorieën van inrichtingen waar het project betrekking op heeft;
3°. de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten;
b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.
8. Een combinatieproject inrichtingen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. het voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het zesde lid, onder a, en het zevende lid, onder a;
b. het project uiterlijk op 31 december 2005 zal zijn uitgevoerd.