BWBR0013295
Geldig vanaf 2002-01-06
Artikel 1
Mandaat in kader Tijdelijke referendumwet
Aan de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:
a. te oordelen of, met het oog op het gestelde in artikel 10, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet, over wetten een referendum kan worden gehouden;
b. het onder a. bedoelde oordeel ter kennis van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of zijn gemachtigde te brengen.
a. te oordelen of, met het oog op het gestelde in artikel 10, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet, over wetten een referendum kan worden gehouden;
b. het onder a. bedoelde oordeel ter kennis van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of zijn gemachtigde te brengen.