BWBR0013287
Geldig vanaf 2001-12-30
Artikel 7.0.2
Regeling accountantswerkzaamheden Meststoffenwet 2001
1. Regelgeving Artikelen 2-5 van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet;
Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet
2. Doel Vaststellen of de dieradministratie is gevoerd volgens de voorschriften en een oordeel
(Bureau Heffingen, te krijgen over de juistheid en de volledigheid van de verantwoording van de daarin
AID, accountant) opgenomen mutaties
3. Door accountant uit te voeren werkzaamheden
Vaststellen:
- dat er, gegeven het toegepaste regime, over het aangiftejaar de voorgeschreven saldoregistratie aanwezig is en in overeenstemming met de regelgeving is ingericht;
- dat de categorie-indelingen correct zijn (volgens de indeling van bijlage A van de Meststoffenwet en aansluitend op de aard van het bedrijf);
- Dat de categorieovergangen (doorgroeimomenten) geen onevenwichtigheden vertonen (in overeenstemming met bedrijfsactiviteiten en de normaal te achten bedrijfsvoering, via cijferbeoordeling en vergelijking met interne en externe normen te beoordelen)
- dat er in de saldo-registratie geen in- en uitschaarmutaties van vee zijn opgenomen;
- dat cijferbeoordelingen en verbandscontroles geen indicaties geven van onjuistheden in gegevensvastleggingen.
- De mutaties in totalen waar mogelijk aansluiten op gegevens in andere administraties bij voorbeeld de financiële administratie, managementsystemen, technische administraties of opgaven uit externe gegevensbronnen, naar gelangde relevantie en bruikbaarheid van deze bronnen.
- dat de individuele aan- en afvoermutaties door voldoende duidelijke bescheiden zijn onderbouwd (deelwaarnemingen: zie toelichting);
- de gemiddelde bezetting op correcte wijze is berekend en de aantallen aan het begin van het kalenderjaar aansluiten op de eindstand van het vorige kalenderjaar
4. Toelichting - De voorgeschreven saldoregistratie kan bestaan uit de veesaldokaart, de veesaldodiskette of een ander geautomatiseerd systeem dat minimaal dezelfde gegevens op dezelfde wijze vastlegt en berekent. Voor de extensieve veehouderijen en de natuurbeherende organisaties kan de saldoregistratie bestaan uit de diertelkaart. Voor natuurbeherende organisaties geldt een nog verdergaande mogelijkheid, namelijk maar een keer per jaar tellen.
- Een betrouwbare saldoregistratie dieren is een belangrijk controlehulpmiddel en vormt de grondslag voor een aantal aangifteposten. De accountant legt totaalverbanden tussen de mutaties op de veesaldoadministratie met andere bronnendie kunnen bestaan uit de financiële administratie, managementsystemen, de destructiebonnen en andere opgaven van derden, afhankelijk van de mutatiesoort, relevantie en bruikbaarheid van de bron. Het vaststellen van de relevante en bruikbare bronnen maakt onderdeel uit van de module administratieve systemen. Voorbeelden van verbandscontroles en cijferbeoordelingen zijn verbanden van het verloop van de veestapel, cijferbeoordelingen gericht op geboorte en sterfte, categorie-overgangen in relatie tot omvang, de productie en de kosten en opbrengsten en daaraan gerelateerde kengetallen
- Verschillen in totaalaansluitingen met andere administraties bepalen de mate waarin detailwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Indien verschillen in de totaalcontrole zijn geanalyseerd en verklaard en zo nodig correcties zijn doorgevoerd, is sprake van een sluitende totaalcontrole.
- Deelwaarnemingen bestaan uit detailcontroles van de aan- en afvoermutaties in de saldoregistratie dieren met de brondocumenten. Tot de aan- en afvoermutaties behoren de aan- en verkoop van dieren en de afvoer van dode dieren. De teonderzoeken elementen zijn:
- Behoren de dieren tot het betreffende mestnummer (met name relevant bij houders van meerdere mestnummers);
- Is de mutatiedatum in de saldoregistratie in overeenstemming met de aan- of afvoerdatum op het brondocument;
- Is de juiste diercategorie gebruikt;
- Indien gecombineerd met module 7.1.6 (aan- en afvoer van dieren) de juiste normen zijn gebruikt;
- De onderzoekswerkzaamheden van de veesaldoadministratie kunnen worden gecombineerd met die van de aan- en afvoer van dieren (zie de module7.1.6)
- De omvang van de uit te voeren deelwaarneming is als volgt:
- Bij een zo goed als sluitende totaalcontrole en geen foutenindicaties vanuit de cijferbeoordeling en verbandscontroles, 10% van het totale aantal mutaties met een minimum van 10 mutatieregels (of zoveel minder indien het totale aantal kleiner is) en een maximum van 20 mutatieregels. In andere gevallen 20% van de mutaties met een minimum van 15 mutatieregels (of zoveel minder indien het totale aantal kleiner is) en een maximum van 35 mutatieregels
- De deelwaarneming mag plaats vinden via de blokmethode (aaneengesloten deel van een jaarperiode) of via willekeurige trekking vanuit de saldoregistratie. Het totale aantal mutaties is het totaal van het aantal aan- en afgevoerde dieren. Voor zover jonggeborenen behoren tot de categorie van de ouderdieren, worden die bij de bepaling van het aantal te onderzoeken mutaties in de veesaldoadministratie buiten beschouwing gelaten (geen mutatie op de veesaldokaart). De deelwaarnemingen op de afvoer van het aantal jonggeborenen behorende tot de dezelfde categorie als de ouderdieren, is nader uitgewerkt bij de module 7.1.6.
- Het totale aantal mutatieregels is het aantal regels op de veesaldokaart exclusief de mutatieregels voor categorieovergang en geboorte.
- De controle op mutaties in verband met geboorte en categorieovergangen vindt plaats via de cijferbeoordelingen.
- Bij het uitvoeren van deelwaarnemingen zijn mutaties waarvan geen brondocumenten aanwezig zijn of waarbij op brondocumenten de te onderzoeken gegevens ontbreken of niet zijn af te leiden als fout aan te merken. Aard en omvang van dit type fouten dient in het rapport van bevindingen tot uitdrukking te komen, waarbij het tevens van belang is aan te geven of het incidentele gevallen betreft of systematisch voorkomt bij één of meerdere leveranciers en afnemers. Deze fouten kunnen ook van invloed zijn op de bewijslast voor de afvoer van dieren. Vermelding in het rapport van bevindingen van fouten die zijn aan te merken als accuratesse fouten zoals omrekenfouten, onjuiste toepassing van de normen, het abusievelijk aanhouden van een onjuiste mutatiedatum, kan achterwege blijven indien de fouten zijn hersteld en de invloed ervan op het gemiddelde aantal aanwezige dieren of daarmee verband houdende aan- en afvoerposten van dieren van te verwaarlozen betekenis is, voor het desbetreffende kalenderjaar. Als er evenwel wel sprake is van systematische accuratessefouten (bewust of onbewust), die na controle zijn gecorrigeerd, maar voordat tot correctie is overgegaan deze fouten een wezenlijke invloed hadden op het gemiddelde aantal aanwezige dieren en/of daarmee veband houdende aan- en afvoerposten van dieren, dan dient de aard van deze fouten eveneens in het rapport van bevindingen tot uiting te komen.
- Bij een niet juist ingerichte en bijgehouden saldoregistratie kan de accountant afzien van het verrichten van verdere werkzaamheden op de posten van de aangifte.
Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet
2. Doel Vaststellen of de dieradministratie is gevoerd volgens de voorschriften en een oordeel
(Bureau Heffingen, te krijgen over de juistheid en de volledigheid van de verantwoording van de daarin
AID, accountant) opgenomen mutaties
3. Door accountant uit te voeren werkzaamheden
Vaststellen:
- dat er, gegeven het toegepaste regime, over het aangiftejaar de voorgeschreven saldoregistratie aanwezig is en in overeenstemming met de regelgeving is ingericht;
- dat de categorie-indelingen correct zijn (volgens de indeling van bijlage A van de Meststoffenwet en aansluitend op de aard van het bedrijf);
- Dat de categorieovergangen (doorgroeimomenten) geen onevenwichtigheden vertonen (in overeenstemming met bedrijfsactiviteiten en de normaal te achten bedrijfsvoering, via cijferbeoordeling en vergelijking met interne en externe normen te beoordelen)
- dat er in de saldo-registratie geen in- en uitschaarmutaties van vee zijn opgenomen;
- dat cijferbeoordelingen en verbandscontroles geen indicaties geven van onjuistheden in gegevensvastleggingen.
- De mutaties in totalen waar mogelijk aansluiten op gegevens in andere administraties bij voorbeeld de financiële administratie, managementsystemen, technische administraties of opgaven uit externe gegevensbronnen, naar gelangde relevantie en bruikbaarheid van deze bronnen.
- dat de individuele aan- en afvoermutaties door voldoende duidelijke bescheiden zijn onderbouwd (deelwaarnemingen: zie toelichting);
- de gemiddelde bezetting op correcte wijze is berekend en de aantallen aan het begin van het kalenderjaar aansluiten op de eindstand van het vorige kalenderjaar
4. Toelichting - De voorgeschreven saldoregistratie kan bestaan uit de veesaldokaart, de veesaldodiskette of een ander geautomatiseerd systeem dat minimaal dezelfde gegevens op dezelfde wijze vastlegt en berekent. Voor de extensieve veehouderijen en de natuurbeherende organisaties kan de saldoregistratie bestaan uit de diertelkaart. Voor natuurbeherende organisaties geldt een nog verdergaande mogelijkheid, namelijk maar een keer per jaar tellen.
- Een betrouwbare saldoregistratie dieren is een belangrijk controlehulpmiddel en vormt de grondslag voor een aantal aangifteposten. De accountant legt totaalverbanden tussen de mutaties op de veesaldoadministratie met andere bronnendie kunnen bestaan uit de financiële administratie, managementsystemen, de destructiebonnen en andere opgaven van derden, afhankelijk van de mutatiesoort, relevantie en bruikbaarheid van de bron. Het vaststellen van de relevante en bruikbare bronnen maakt onderdeel uit van de module administratieve systemen. Voorbeelden van verbandscontroles en cijferbeoordelingen zijn verbanden van het verloop van de veestapel, cijferbeoordelingen gericht op geboorte en sterfte, categorie-overgangen in relatie tot omvang, de productie en de kosten en opbrengsten en daaraan gerelateerde kengetallen
- Verschillen in totaalaansluitingen met andere administraties bepalen de mate waarin detailwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Indien verschillen in de totaalcontrole zijn geanalyseerd en verklaard en zo nodig correcties zijn doorgevoerd, is sprake van een sluitende totaalcontrole.
- Deelwaarnemingen bestaan uit detailcontroles van de aan- en afvoermutaties in de saldoregistratie dieren met de brondocumenten. Tot de aan- en afvoermutaties behoren de aan- en verkoop van dieren en de afvoer van dode dieren. De teonderzoeken elementen zijn:
- Behoren de dieren tot het betreffende mestnummer (met name relevant bij houders van meerdere mestnummers);
- Is de mutatiedatum in de saldoregistratie in overeenstemming met de aan- of afvoerdatum op het brondocument;
- Is de juiste diercategorie gebruikt;
- Indien gecombineerd met module 7.1.6 (aan- en afvoer van dieren) de juiste normen zijn gebruikt;
- De onderzoekswerkzaamheden van de veesaldoadministratie kunnen worden gecombineerd met die van de aan- en afvoer van dieren (zie de module7.1.6)
- De omvang van de uit te voeren deelwaarneming is als volgt:
- Bij een zo goed als sluitende totaalcontrole en geen foutenindicaties vanuit de cijferbeoordeling en verbandscontroles, 10% van het totale aantal mutaties met een minimum van 10 mutatieregels (of zoveel minder indien het totale aantal kleiner is) en een maximum van 20 mutatieregels. In andere gevallen 20% van de mutaties met een minimum van 15 mutatieregels (of zoveel minder indien het totale aantal kleiner is) en een maximum van 35 mutatieregels
- De deelwaarneming mag plaats vinden via de blokmethode (aaneengesloten deel van een jaarperiode) of via willekeurige trekking vanuit de saldoregistratie. Het totale aantal mutaties is het totaal van het aantal aan- en afgevoerde dieren. Voor zover jonggeborenen behoren tot de categorie van de ouderdieren, worden die bij de bepaling van het aantal te onderzoeken mutaties in de veesaldoadministratie buiten beschouwing gelaten (geen mutatie op de veesaldokaart). De deelwaarnemingen op de afvoer van het aantal jonggeborenen behorende tot de dezelfde categorie als de ouderdieren, is nader uitgewerkt bij de module 7.1.6.
- Het totale aantal mutatieregels is het aantal regels op de veesaldokaart exclusief de mutatieregels voor categorieovergang en geboorte.
- De controle op mutaties in verband met geboorte en categorieovergangen vindt plaats via de cijferbeoordelingen.
- Bij het uitvoeren van deelwaarnemingen zijn mutaties waarvan geen brondocumenten aanwezig zijn of waarbij op brondocumenten de te onderzoeken gegevens ontbreken of niet zijn af te leiden als fout aan te merken. Aard en omvang van dit type fouten dient in het rapport van bevindingen tot uitdrukking te komen, waarbij het tevens van belang is aan te geven of het incidentele gevallen betreft of systematisch voorkomt bij één of meerdere leveranciers en afnemers. Deze fouten kunnen ook van invloed zijn op de bewijslast voor de afvoer van dieren. Vermelding in het rapport van bevindingen van fouten die zijn aan te merken als accuratesse fouten zoals omrekenfouten, onjuiste toepassing van de normen, het abusievelijk aanhouden van een onjuiste mutatiedatum, kan achterwege blijven indien de fouten zijn hersteld en de invloed ervan op het gemiddelde aantal aanwezige dieren of daarmee verband houdende aan- en afvoerposten van dieren van te verwaarlozen betekenis is, voor het desbetreffende kalenderjaar. Als er evenwel wel sprake is van systematische accuratessefouten (bewust of onbewust), die na controle zijn gecorrigeerd, maar voordat tot correctie is overgegaan deze fouten een wezenlijke invloed hadden op het gemiddelde aantal aanwezige dieren en/of daarmee veband houdende aan- en afvoerposten van dieren, dan dient de aard van deze fouten eveneens in het rapport van bevindingen tot uiting te komen.
- Bij een niet juist ingerichte en bijgehouden saldoregistratie kan de accountant afzien van het verrichten van verdere werkzaamheden op de posten van de aangifte.