BWBR0013276
Geldig vanaf 2002-01-05
Artikel 9
Regeling afwikkeling Arbeidsvoorzieningsorganisatie na SUWI
1. De archiefbescheiden, bedoeld in de Archiefwet 1995, die berusten bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden ter beschikking gesteld aan:
a. de CWI, voorzover zij betrekking hebben op het vermogen, dat op grond van de Invoeringswet SUWI overgaat naar de CWI;
b. de NV KLIQ, voorzover zij betrekking hebben op de uitoefening van taken van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die overgaan naar de NV KLIQ, waarmee voor 1 januari 2002 een aanvang is gemaakt;
c. de Stichting CV, voorzover zij betrekking hebben op het verzorgen van scholing als bedoeld in artikel 2 van het Besluit overgang Arbeidsvoorziening, waarmee voor 1 januari 2002 een aanvang is gemaakt;
d. andere rechtspersonen, die onderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie verkrijgen, voorzover die bescheiden van belang zijn in verband met de overgang van die onderdelen.
2. De overbrenging van de archiefbescheiden ingevolge de Archiefwet 1995naar een in die wet genoemde archiefbewaarplaats geschiedt door de bestuurder CBA als had geen overgang van taken plaatsgevonden. Voorzover de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats worden zij voor een tijdvak van ten hoogste tien jaar ter beschikking gesteld.
3. Na de opheffing van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden de archiefbescheiden, voorzover ze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats bewaard door de CWI.
4. Van de terbeschikkingstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt een verklaring opgemaakt die ten minste een specificatie van de archiefbescheiden inhoudt. De minister, de Stichting CV, de NV KLIQ, de CWI en de bestuurder CBA bewaren ieder een exemplaar van deze verklaring.
a. de CWI, voorzover zij betrekking hebben op het vermogen, dat op grond van de Invoeringswet SUWI overgaat naar de CWI;
b. de NV KLIQ, voorzover zij betrekking hebben op de uitoefening van taken van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die overgaan naar de NV KLIQ, waarmee voor 1 januari 2002 een aanvang is gemaakt;
c. de Stichting CV, voorzover zij betrekking hebben op het verzorgen van scholing als bedoeld in artikel 2 van het Besluit overgang Arbeidsvoorziening, waarmee voor 1 januari 2002 een aanvang is gemaakt;
d. andere rechtspersonen, die onderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie verkrijgen, voorzover die bescheiden van belang zijn in verband met de overgang van die onderdelen.
2. De overbrenging van de archiefbescheiden ingevolge de Archiefwet 1995naar een in die wet genoemde archiefbewaarplaats geschiedt door de bestuurder CBA als had geen overgang van taken plaatsgevonden. Voorzover de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats worden zij voor een tijdvak van ten hoogste tien jaar ter beschikking gesteld.
3. Na de opheffing van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden de archiefbescheiden, voorzover ze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats bewaard door de CWI.
4. Van de terbeschikkingstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt een verklaring opgemaakt die ten minste een specificatie van de archiefbescheiden inhoudt. De minister, de Stichting CV, de NV KLIQ, de CWI en de bestuurder CBA bewaren ieder een exemplaar van deze verklaring.