BWBR0013269
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 2
Wet verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie
1. Vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die worden toegerekend aan de uitvoering van de taken, genoemd in de <a href="/wet/BWBR0008367/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede lid van de Arbeidsvoorzieningswet 1996</a>en <a href="/wet/BWBR0009565/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten</a>, zoals dat artikel luidde tot de datum van inwerkingtreding van <a href="/wet/BWBR0013061/artikel/57" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 57, onderdeel K, van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>, het verrichten van diensten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008367/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996</a>, en de uitvoering van diensten in opdracht van de gemeenten en het Landelijk instituut sociale verzekeringen of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gericht op het geschikt maken van moeilijk plaatsbare werkzoekenden en arbeidsgehandicapten voor inschakeling in de arbeid gaan onder algemene titel over op de naamloze vennootschap, tegen de waarde te bepalen met inachtneming van <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/94a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 94a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>.
2. Onze Minister kan na overleg met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie vermogensbestanddelen van de in het eerste lid bedoelde overgang uitzonderen of daaraan toevoegen; bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die overgang nadere regels worden gesteld.
3. De in dit artikel bedoelde overgang van vermogensbestanddelen wordt tot het beloop van het nominale bedrag van de bij oprichting van de naamloze vennootschap geplaatste aandelen of tot een door Onze Minister te bepalen hoger bedrag aangemerkt als storting door de Staat op aandelen.
4. Ter zake van de in dit artikel bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
2. Onze Minister kan na overleg met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie vermogensbestanddelen van de in het eerste lid bedoelde overgang uitzonderen of daaraan toevoegen; bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die overgang nadere regels worden gesteld.
3. De in dit artikel bedoelde overgang van vermogensbestanddelen wordt tot het beloop van het nominale bedrag van de bij oprichting van de naamloze vennootschap geplaatste aandelen of tot een door Onze Minister te bepalen hoger bedrag aangemerkt als storting door de Staat op aandelen.
4. Ter zake van de in dit artikel bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.