BWBR0013263
Geldig vanaf 2005-07-23
Artikel 3a
Besluit financiële bijsluiter
1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, worden in de financiële bijsluiter die betrekking heeft op een beleggingsinstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, eerste lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/17c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17c, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>in duidelijke en voor de afnemer begrijpelijke bewoordingen, uitsluitend de volgende onderwerpen behandeld:
a. de vermelding dat het een financiële bijsluiter betreft, welke beleggingsinstelling het betreft en een korte omschrijving van de beleggingsinstelling;
b. de doelstellingen van de financiële bijsluiter en het toezicht op de financiële onderneming;
c. de aard en het doel van de beleggingsinstelling;
d. de met de beleggingsinstelling samenhangende financiële risico’s;
e. de verplichtingen voor de afnemer;
f. indien beschikbaar: informatie over het historisch rendement en de voor de afnemer aan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling verbonden kosten;
g. de mogelijkheid of onmogelijkheid voor de afnemer om de overeenkomst na het sluiten van de overeenkomst tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen; en
h. fiscale aspecten van de beleggingsinstelling.
2. Het tweede en derde lid van artikel 3zijn van overeenkomstige toepassing. Indien het een financiële bijsluiter betreft die betrekking heeft op rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, derde lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>kan de toezichthouder regels stellen voor zover deze strekken tot het uitvoeren van richtlijn nr. 85/611/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) met het oog op reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen (PbEG L 41).
a. de vermelding dat het een financiële bijsluiter betreft, welke beleggingsinstelling het betreft en een korte omschrijving van de beleggingsinstelling;
b. de doelstellingen van de financiële bijsluiter en het toezicht op de financiële onderneming;
c. de aard en het doel van de beleggingsinstelling;
d. de met de beleggingsinstelling samenhangende financiële risico’s;
e. de verplichtingen voor de afnemer;
f. indien beschikbaar: informatie over het historisch rendement en de voor de afnemer aan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling verbonden kosten;
g. de mogelijkheid of onmogelijkheid voor de afnemer om de overeenkomst na het sluiten van de overeenkomst tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen; en
h. fiscale aspecten van de beleggingsinstelling.
2. Het tweede en derde lid van artikel 3zijn van overeenkomstige toepassing. Indien het een financiële bijsluiter betreft die betrekking heeft op rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004809/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, derde lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>kan de toezichthouder regels stellen voor zover deze strekken tot het uitvoeren van richtlijn nr. 85/611/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) met het oog op reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen (PbEG L 41).