Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a:
a. pleegt de werknemer in ieder geval ten minste eenmaal per week te reizen indien hij in het kalenderjaar op 60 dagen of meer heeft gereisd of vermoedelijk zal reizen van zijn woning of verblijfplaats naar de plaats of plaatsen waar arbeid wordt verricht;
b. mag worden aangenomen dat de werknemer niet ten minste eenmaal per week pleegt te reizen als hij in het kalenderjaar op minder dan 60 dagen heeft gereisd of vermoedelijk zal reizen van zijn woning of verblijfplaats naar de plaats of plaatsen waar arbeid wordt verricht.
3. Zodra de werknemer op 60 dagen in het kalenderjaar heeft gereisd, wordt aangenomen dat de werknemer gedurende de verstreken periode in het kalenderjaar ten minste eenmaal per week placht te reizen.
4. Loon terzake van het derde lid wordt geacht te worden genoten zodra de werknemer op 60 dagen heeft gereisd.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a:
a. pleegt de werknemer in ieder geval ten minste eenmaal per week te reizen indien hij in het kalenderjaar op 60 dagen of meer heeft gereisd of vermoedelijk zal reizen van zijn woning of verblijfplaats naar de plaats of plaatsen waar arbeid wordt verricht;
b. mag worden aangenomen dat de werknemer niet ten minste eenmaal per week pleegt te reizen als hij in het kalenderjaar op minder dan 60 dagen heeft gereisd of vermoedelijk zal reizen van zijn woning of verblijfplaats naar de plaats of plaatsen waar arbeid wordt verricht.
3. Zodra de werknemer op 60 dagen in het kalenderjaar heeft gereisd, wordt aangenomen dat de werknemer gedurende de verstreken periode in het kalenderjaar ten minste eenmaal per week placht te reizen.
4. Loon terzake van het derde lid wordt geacht te worden genoten zodra de werknemer op 60 dagen heeft gereisd.