BWBR0013224
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 4
Regeling onkostenvergoeding artiest en beroepssporter
1. Voorzover de vergoedingen strekken tot bestrijding van reis- en verblijfskosten - andere dan kosten van eigen vervoer - worden zij aangemerkt als een vergoeding die geacht wordt te strekken tot bestrijding van kosten, die de artiest dan wel beroepssporter heeft ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
2. Voorzover de vergoedingen strekken tot voorkoming van het maken van reis- en verblijfskosten worden zij aangemerkt als een vergoeding die geacht wordt te strekken tot bestrijding van kosten, die de artiest dan wel beroepssporter heeft ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.
2. Voorzover de vergoedingen strekken tot voorkoming van het maken van reis- en verblijfskosten worden zij aangemerkt als een vergoeding die geacht wordt te strekken tot bestrijding van kosten, die de artiest dan wel beroepssporter heeft ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.