BWBR0013202
Geldig vanaf 2001-12-23
Artikel 3
Subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens
1. Bij de subsidieverlening worden aanvragen gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van deze regeling. De minister verdeelt het voor een bepaald jaar beschikbaar gestelde subsidiebedrag in de volgorde van geschiktheid van de projecten.
2. De mate waarin een project blijk geeft van geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van deze regeling wordt bepaald aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten:
a. de slaagkans van het project;
b. het belang van het project voor de vermindering van de uitstoot van CO2;
c. de mate waarin aannemelijk is dat met het project een zo groot mogelijk deel van de doelgroep wordt bereikt, met dien verstande dat aannemelijk dient te zijn dat ten minste 50% van de doelgroep wordt bereikt;
d. de mate waarin binnen het project aandacht wordt besteed aan de thema’s gezondheid en veiligheid van het binnenklimaat;
e. de mate waarin en de wijze waarop wordt samengewerkt met andere partijen;
f. de mate waarin in het project evenwichtig aandacht wordt besteed aan het verstrekken van adviezen over energiebesparing, het bevorderen van het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen en het ondersteunen van de doelgroep bij deelname aan andere regelingen gericht op energiebesparing;
g. de kosteneffectiviteit van het project, uitgedrukt in aantal euro's aangevraagde subsidie per ton verwachte vermindering van de uitstoot van CO2;
h. de mate waarin de aanvrager of andere betrokken partijen, niet zijnde de doelgroep, zelf de kosten van het project dragen.
2. De mate waarin een project blijk geeft van geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van deze regeling wordt bepaald aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten:
a. de slaagkans van het project;
b. het belang van het project voor de vermindering van de uitstoot van CO2;
c. de mate waarin aannemelijk is dat met het project een zo groot mogelijk deel van de doelgroep wordt bereikt, met dien verstande dat aannemelijk dient te zijn dat ten minste 50% van de doelgroep wordt bereikt;
d. de mate waarin binnen het project aandacht wordt besteed aan de thema’s gezondheid en veiligheid van het binnenklimaat;
e. de mate waarin en de wijze waarop wordt samengewerkt met andere partijen;
f. de mate waarin in het project evenwichtig aandacht wordt besteed aan het verstrekken van adviezen over energiebesparing, het bevorderen van het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen en het ondersteunen van de doelgroep bij deelname aan andere regelingen gericht op energiebesparing;
g. de kosteneffectiviteit van het project, uitgedrukt in aantal euro's aangevraagde subsidie per ton verwachte vermindering van de uitstoot van CO2;
h. de mate waarin de aanvrager of andere betrokken partijen, niet zijnde de doelgroep, zelf de kosten van het project dragen.