BWBR0013191
Geldig vanaf 2002-01-26
Artikel 2
Subsidieregeling bedrijfsgezondheidszorg voor het primair onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs gedurende de periode januari 2002 tot 1 augustus 2002
1. Dit artikel heeft betrekking op basisscholen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.
2. Deze subsidie bestaat voor de periode genoemd in artikel 1 uit een vast bedrag per school van € 219 en een bedrag van € 0,15 per formatierekeneenheid en wordt in maart 2002 betaalbaar gesteld.
3. Het aantal formatierekeneenheden bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld op de som van de groepsformatie bedoeld in artikel 5, onderdeel a van het Formatiebesluit WPO, de toeslag voor kleine scholen bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van het Formatiebesluit WPO, het formatieve deel van de toeslag voor de schoolleiding bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van het Formatiebesluit WPO en de formatie speciale doeleinden bedoeld in artikel 14 van het Formatiebesluit WPO.
4. Voor zover het betreft rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers als bedoeld in het Besluit trekkende bevolking WPO, wordt het aantal formatierekeneenheden bedoeld in het tweede lid vastgesteld op de som van de basisformatie bedoeld in artikel B 16e, de formatie vakonderwijs bedoeld in artikel B 16ƒ, het formatieve deel van de formatie schoolleiding bedoeld in artikel B 16g, tweede lid, de opslag i.v.m. formatieve fricties als bedoeld in artikel B 16h en de formatie voor speciale doeleinden bedoeld in artikel B 16j, allen van het Besluit trekkende bevolking WPO.
5. Voor zover het betreft scholen voor ligplaatsonderwijs aan varende kinderen als bedoeld in het Besluit trekkende bevolking WPO wordt het aantal formatierekeneenheden bedoeld in het tweede lid vastgesteld op de som van de formatie bedoeld in de artikelen C 15f, C 15h en C 15j van het Besluit trekkende bevolking WPO die de afzonderlijke scholen in het schooljaar 200-2001 hebben ontvangen. Het bedrag voor bgz wordt naar boven afgerond op hele centen.
6. Voor de vaststelling van het aantal formatierekeneenheden in het derde lid wordt uitgegaan van het door het bevoegd gezag gevalideerde aantal leerlingen per 1 oktober 2000. Het bedrag voor bgz wordt naar boven afgerond op hele centen.
7. Voor de vaststelling van het aantal formatierekeneenheden in het vierde lid wordt voor de vaststelling van het aantal leerlingen voor de formatie bedoeld in artikel B 16e uitgegaan van het door het bevoegd gezag gevalideerde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden maart tot en met oktober van het jaar 2000. Het bedrag voor bgz wordt naar boven afgerond op hele centen.
2. Deze subsidie bestaat voor de periode genoemd in artikel 1 uit een vast bedrag per school van € 219 en een bedrag van € 0,15 per formatierekeneenheid en wordt in maart 2002 betaalbaar gesteld.
3. Het aantal formatierekeneenheden bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld op de som van de groepsformatie bedoeld in artikel 5, onderdeel a van het Formatiebesluit WPO, de toeslag voor kleine scholen bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van het Formatiebesluit WPO, het formatieve deel van de toeslag voor de schoolleiding bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van het Formatiebesluit WPO en de formatie speciale doeleinden bedoeld in artikel 14 van het Formatiebesluit WPO.
4. Voor zover het betreft rijdende scholen voor kinderen van kermisexploitanten of van circusmedewerkers als bedoeld in het Besluit trekkende bevolking WPO, wordt het aantal formatierekeneenheden bedoeld in het tweede lid vastgesteld op de som van de basisformatie bedoeld in artikel B 16e, de formatie vakonderwijs bedoeld in artikel B 16ƒ, het formatieve deel van de formatie schoolleiding bedoeld in artikel B 16g, tweede lid, de opslag i.v.m. formatieve fricties als bedoeld in artikel B 16h en de formatie voor speciale doeleinden bedoeld in artikel B 16j, allen van het Besluit trekkende bevolking WPO.
5. Voor zover het betreft scholen voor ligplaatsonderwijs aan varende kinderen als bedoeld in het Besluit trekkende bevolking WPO wordt het aantal formatierekeneenheden bedoeld in het tweede lid vastgesteld op de som van de formatie bedoeld in de artikelen C 15f, C 15h en C 15j van het Besluit trekkende bevolking WPO die de afzonderlijke scholen in het schooljaar 200-2001 hebben ontvangen. Het bedrag voor bgz wordt naar boven afgerond op hele centen.
6. Voor de vaststelling van het aantal formatierekeneenheden in het derde lid wordt uitgegaan van het door het bevoegd gezag gevalideerde aantal leerlingen per 1 oktober 2000. Het bedrag voor bgz wordt naar boven afgerond op hele centen.
7. Voor de vaststelling van het aantal formatierekeneenheden in het vierde lid wordt voor de vaststelling van het aantal leerlingen voor de formatie bedoeld in artikel B 16e uitgegaan van het door het bevoegd gezag gevalideerde gemiddelde van de hoogste dagtellingen van de maanden maart tot en met oktober van het jaar 2000. Het bedrag voor bgz wordt naar boven afgerond op hele centen.