BWBR0013180
Geldig vanaf 2006-11-27
Artikel 7
Besluit Inlichtingenbureau gemeenten
1. Het Inlichtingenbureau draagt zorg voor de zorgvuldige verwerking van:
a. de gegevens bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet SUWI;
b. naam, adres, woonplaats en sociaal-fiscaalnummer van de personen over wie burgemeester en wethouders de opgaven en inlichtingen, bedoeld in artikel 3, vragen, alsmede een vermelding van de gemeente die eerstgenoemde gegevens verstrekt;
c. de gegevens over de wettelijke grondslag van de door burgemeester en wethouders aan de betreffende persoon verleende bijstand of uitkering op grond van de WWB, de IOAW, de IOAZof de WWIK, en de periode gedurende welke de bijstand of de uitkering is ontvangen;
d. de door de instanties, bedoeld in artikel 3, verstrekte opgaven en inlichtingen;
e. de opgaven en inlichtingen, bedoeld in onderdeel d, die betrekking hebben op dezelfde periode, of een deel daarvan, als de gegevens, bedoeld in onderdeel c;
f. de tijdstippen waarop de gevraagde en verstrekte opgaven en inlichtingen ontvangen zijn van en ter beschikking gesteld zijn aan een instantie als bedoeld in artikel 3 onderscheidenlijk burgemeester en wethouders;
g. het tijdstip waarop gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn verstrekt;
h. de meldingen van burgemeester en wethouders, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, alsmede de tijdstippen waarop deze meldingen ontvangen onderscheidenlijk, op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel d, doorgestuurd zijn.
2. Indien aan burgemeester en wethouders blijkt dat de door het Inlichtingenbureau, op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c, aan hen ter beschikking gestelde opgaven en inlichtingen onjuist zijn, melden zij dit zo spoedig mogelijk aan het Inlichtingenbureau. Het Inlichtingenbureau maakt afspraken met de instanties, bedoeld in artikel 4, over de wijze en het tijdstip waarop door burgemeester en wethouders gemelde onjuistheden worden doorgestuurd aan de instantie die de betreffende opgaven en inlichtingen heeft verstrekt.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
a. de gegevens bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet SUWI;
b. naam, adres, woonplaats en sociaal-fiscaalnummer van de personen over wie burgemeester en wethouders de opgaven en inlichtingen, bedoeld in artikel 3, vragen, alsmede een vermelding van de gemeente die eerstgenoemde gegevens verstrekt;
c. de gegevens over de wettelijke grondslag van de door burgemeester en wethouders aan de betreffende persoon verleende bijstand of uitkering op grond van de WWB, de IOAW, de IOAZof de WWIK, en de periode gedurende welke de bijstand of de uitkering is ontvangen;
d. de door de instanties, bedoeld in artikel 3, verstrekte opgaven en inlichtingen;
e. de opgaven en inlichtingen, bedoeld in onderdeel d, die betrekking hebben op dezelfde periode, of een deel daarvan, als de gegevens, bedoeld in onderdeel c;
f. de tijdstippen waarop de gevraagde en verstrekte opgaven en inlichtingen ontvangen zijn van en ter beschikking gesteld zijn aan een instantie als bedoeld in artikel 3 onderscheidenlijk burgemeester en wethouders;
g. het tijdstip waarop gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn verstrekt;
h. de meldingen van burgemeester en wethouders, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, alsmede de tijdstippen waarop deze meldingen ontvangen onderscheidenlijk, op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel d, doorgestuurd zijn.
2. Indien aan burgemeester en wethouders blijkt dat de door het Inlichtingenbureau, op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel c, aan hen ter beschikking gestelde opgaven en inlichtingen onjuist zijn, melden zij dit zo spoedig mogelijk aan het Inlichtingenbureau. Het Inlichtingenbureau maakt afspraken met de instanties, bedoeld in artikel 4, over de wijze en het tijdstip waarop door burgemeester en wethouders gemelde onjuistheden worden doorgestuurd aan de instantie die de betreffende opgaven en inlichtingen heeft verstrekt.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.