BWBR0013132
Geldig vanaf 2004-07-02
Artikel 26
Besluit orde van dienst gerechten
1. Met uitzondering van de raadsheren in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 5a, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, vormen de in artikel 72, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatiegenoemde rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en de griffier tezamen de gerechtsvergadering van de Hoge Raad.
2. De president is voorzitter van de gerechtsvergadering.
3. Het bijeenroepen geschiedt door een schriftelijke kennisgeving van de president. Hij doet dit ten minste zeven dagen voorafgaand aan de bijeenkomst.
4. De raadsheren in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 5a, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de bij de Hoge Raad werkzame gerechtsauditeurs, substituut-griffier en gerechtsambtenaren en de bij het parket van de Hoge Raad werkzame rechterlijke ambtenaren en gerechtsambtenaren kunnen op uitnodiging deelnemen aan de gerechtsvergadering.
2. De president is voorzitter van de gerechtsvergadering.
3. Het bijeenroepen geschiedt door een schriftelijke kennisgeving van de president. Hij doet dit ten minste zeven dagen voorafgaand aan de bijeenkomst.
4. De raadsheren in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 5a, derde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de bij de Hoge Raad werkzame gerechtsauditeurs, substituut-griffier en gerechtsambtenaren en de bij het parket van de Hoge Raad werkzame rechterlijke ambtenaren en gerechtsambtenaren kunnen op uitnodiging deelnemen aan de gerechtsvergadering.