BWBR0013129
Geldig vanaf 2004-09-01
Artikel 11
Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen
1. De Raad voor de rechtspraak overlegt jaarlijks met het College van procureurs-generaal en met de Nederlandse Orde van Advocaten over de uitvoering van de artikelen 7 tot en met 9in de praktijk.
2. De Raad voor de rechtspraak doet jaarlijks verslag van het resultaat en de wijze waarop de artikelen 7 tot en met 9zijn uitgevoerd door de Raad voor de rechtspraak en de gerechten. Daarbij besteedt de Raad voor de rechtspraak aandacht aan:
a. de op grond van artikel 7 en 8 gegeven aanwijzingen, de redenen daarvoor, de geldingsduur, de verleende verlengingen, de redenen daarvoor, alsmede een oordeel over de mogelijke aard van het gebrek aan zittingscapaciteit of gespecialiseerde zittingscapaciteit;
b. de mate waarin bij de aanwijzing van een of meer nevenzittingsplaatsen geen uitvoering kon worden gegeven aan artikelen 7, vierde en vijfde lid, en 8, vierde en vijfde lid, en de redenen daarvoor;
c. het overleg met het College van procureurs-generaal als bedoeld in artikelen 7 en 8 en de resultaten daarvan;
d. het aantal en de categorieën van zaken die daadwerkelijk in een nevenzittingsplaats buiten het ressort onderscheidenlijk buiten het arrondissement zijn behandeld op grond van artikelen 7 tot en met 9;
e. de effecten van de behandeling in een nevenzittingsplaats buiten het ressort onderscheidenlijk buiten het arrondissement op de werkvoorraden, op de doelmatige inzet van de zittingscapaciteit en op de positie van de justitiabelen;
f. klachten in verband met het behandelen van zaken in een nevenzittingsplaats buiten het ressort of arrondissement en de wijze waarop deze zijn afgehandeld;
g. eventuele knelpunten bij de uitvoering van artikelen 7 tot en met 10;
h. de resultaten van het overleg bedoeld in het eerste lid.
2. De Raad voor de rechtspraak doet jaarlijks verslag van het resultaat en de wijze waarop de artikelen 7 tot en met 9zijn uitgevoerd door de Raad voor de rechtspraak en de gerechten. Daarbij besteedt de Raad voor de rechtspraak aandacht aan:
a. de op grond van artikel 7 en 8 gegeven aanwijzingen, de redenen daarvoor, de geldingsduur, de verleende verlengingen, de redenen daarvoor, alsmede een oordeel over de mogelijke aard van het gebrek aan zittingscapaciteit of gespecialiseerde zittingscapaciteit;
b. de mate waarin bij de aanwijzing van een of meer nevenzittingsplaatsen geen uitvoering kon worden gegeven aan artikelen 7, vierde en vijfde lid, en 8, vierde en vijfde lid, en de redenen daarvoor;
c. het overleg met het College van procureurs-generaal als bedoeld in artikelen 7 en 8 en de resultaten daarvan;
d. het aantal en de categorieën van zaken die daadwerkelijk in een nevenzittingsplaats buiten het ressort onderscheidenlijk buiten het arrondissement zijn behandeld op grond van artikelen 7 tot en met 9;
e. de effecten van de behandeling in een nevenzittingsplaats buiten het ressort onderscheidenlijk buiten het arrondissement op de werkvoorraden, op de doelmatige inzet van de zittingscapaciteit en op de positie van de justitiabelen;
f. klachten in verband met het behandelen van zaken in een nevenzittingsplaats buiten het ressort of arrondissement en de wijze waarop deze zijn afgehandeld;
g. eventuele knelpunten bij de uitvoering van artikelen 7 tot en met 10;
h. de resultaten van het overleg bedoeld in het eerste lid.