BWBR0013128
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 3
Besluit College van afgevaardigden
1. Per ressort is er een commissie die de leden van het College, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en hun plaatsvervangers aanwijst. De leden en hun plaatsvervangers worden aangewezen uit de rechterlijke ambtenaren en gerechtsambtenaren die werkzaam zijn bij de rechtbanken en appèlgerechten waarvan het rechtsgebied binnen het ressort is gelegen.
2. De commissie bestaat uit een rechterlijk ambtenaar en een gerechtsambtenaar van elke rechtbank en elk appèlgerecht, waarvan het rechtsgebied binnen het ressort is gelegen. De leden van de commissie worden aangewezen voor een periode van zes jaar. Het gerechtsbestuur draagt er zorg voor dat binnen zijn rechtbank of appèlgerecht vergaderingen worden georganiseerd, waarin de rechterlijke ambtenaren het lid van de commissie aanwijzen dat rechterlijk ambtenaar is en de gerechtsambtenaren het lid van de commissie dat gerechtsambtenaar is.
2. De commissie bestaat uit een rechterlijk ambtenaar en een gerechtsambtenaar van elke rechtbank en elk appèlgerecht, waarvan het rechtsgebied binnen het ressort is gelegen. De leden van de commissie worden aangewezen voor een periode van zes jaar. Het gerechtsbestuur draagt er zorg voor dat binnen zijn rechtbank of appèlgerecht vergaderingen worden georganiseerd, waarin de rechterlijke ambtenaren het lid van de commissie aanwijzen dat rechterlijk ambtenaar is en de gerechtsambtenaren het lid van de commissie dat gerechtsambtenaar is.