BWBR0013099
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel X
Wet organisatie en bestuur gerechten
1. De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als president van een gerechtshof zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president senior van hetzelfde gerechtshof. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd.
2. De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als president van een arrondissementsrechtbank zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president senior van dezelfde rechtbank. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd.
3. De benoeming van degene, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als president van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president senior van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
4. Voor de toepasselijkheid van het bij of krachtens de Wet op de rechterlijke organisatieen de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenbepaalde worden degenen die als coördinerend vice-president senior van een gerechtshof onderscheidenlijk een rechtbank zijn benoemd, aangemerkt als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie, werkzaam bij een gerechtshof onderscheidenlijk een rechtbank.
5. Voor de toepasselijkheid van het bij of krachtens de Beroepswetonderscheidenlijk de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatiebepaalde wordt degene die als coördinerend vice-president senior van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven is benoemd, aangemerkt als lid met rechtspraak belast, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Beroepswetonderscheidenlijk artikel 3, tweede lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. Wat hun bezoldiging en onkostenvergoeding betreft worden de coördinerend vice-presidenten senior van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven gelijkgesteld met datzelfde ambt bij een gerechtshof.
2. De benoemingen van degenen, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als president van een arrondissementsrechtbank zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president senior van dezelfde rechtbank. Zij worden als zodanig niet beëdigd en geïnstalleerd.
3. De benoeming van degene, die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als president van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot coördinerend vice-president senior van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
4. Voor de toepasselijkheid van het bij of krachtens de Wet op de rechterlijke organisatieen de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenbepaalde worden degenen die als coördinerend vice-president senior van een gerechtshof onderscheidenlijk een rechtbank zijn benoemd, aangemerkt als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de rechterlijke organisatie, werkzaam bij een gerechtshof onderscheidenlijk een rechtbank.
5. Voor de toepasselijkheid van het bij of krachtens de Beroepswetonderscheidenlijk de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatiebepaalde wordt degene die als coördinerend vice-president senior van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven is benoemd, aangemerkt als lid met rechtspraak belast, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Beroepswetonderscheidenlijk artikel 3, tweede lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie. Wat hun bezoldiging en onkostenvergoeding betreft worden de coördinerend vice-presidenten senior van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven gelijkgesteld met datzelfde ambt bij een gerechtshof.