BWBR0013068
Geldig vanaf 2001-12-12
Artikel 5
Regeling specifieke uitkering Incodelta Zuid-Nederland
1. De provincie Limburg legt aan de minister over:
a. voor 15 maart 2002 een mededeling inhoudende dat de verstrekte uitkering overeenkomstig de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
b. voor 15 maart 2004 een inhoudelijk verslag over de tijdens de loopduur van Incodelta Zuid-Nederland uitgevoerde activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
c. voor 15 maart 2004 een financiële verantwoording over de tijdens de loopduur van Incodelta Zuid-Nederland gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat in elk geval:
a. een weergave van de kosten per uitgevoerde activiteit;
b. een weergave van de informatie die zal worden opgenomen in het verslag bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet.
3. De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt voorzien van een accountantsverklaring over de gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
4. De in het derde lid bedoelde accountantsverklaring wordt vastgesteld aan de hand van een door de minister vast te stellen controleprotocol.
5. De minister stelt de uitkering vast voor 15 juli 2004.
6. De artikelen 4:46, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel c, en 4:49 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.
a. voor 15 maart 2002 een mededeling inhoudende dat de verstrekte uitkering overeenkomstig de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
b. voor 15 maart 2004 een inhoudelijk verslag over de tijdens de loopduur van Incodelta Zuid-Nederland uitgevoerde activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
c. voor 15 maart 2004 een financiële verantwoording over de tijdens de loopduur van Incodelta Zuid-Nederland gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat in elk geval:
a. een weergave van de kosten per uitgevoerde activiteit;
b. een weergave van de informatie die zal worden opgenomen in het verslag bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet.
3. De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt voorzien van een accountantsverklaring over de gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
4. De in het derde lid bedoelde accountantsverklaring wordt vastgesteld aan de hand van een door de minister vast te stellen controleprotocol.
5. De minister stelt de uitkering vast voor 15 juli 2004.
6. De artikelen 4:46, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel c, en 4:49 van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.