BWBR0013067
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 13
Gewijzigde subsidieregeling zij-instromers 2001-2002 voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging
1. Voor subsidie als bedoeld in artikel 4 kan een bevoegd gezag in aanmerking komen wanneer het voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. subsidieontvanger zal in het tijdvak van 1 januari 2002 tot en met 31 juli 2002, al dan niet samen met maximaal 4 andere subsidieontvangers, minimaal 15 zij-instromers aanstellen of benoemen;
b. subsidieontvanger, dan wel bij een aanvraag door meerdere bevoegde gezagsorganen elke subsidieontvanger afzonderlijk, verplicht zich ertoe de zij-instromer op de werkplek te begeleiden of te laten begeleiden en ziet erop toe dat de zij-instromer de gelegenheid wordt geboden om de op grond van het geschiktheidonderzoek noodzakelijk gebleken scholing te volgen.
2. Voor een zij-instromer wordt, ongeacht het aantal al dan niet opeenvolgende dienstverbanden bij scholen of instellingen, slechts aan één bevoegd gezag subsidie toegekend.
3. Subsidieontvanger, dan wel elke subsidieontvanger afzonderlijk, houdt een dusdanige administratie bij dat gecontroleerd kan worden dat aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
4. Het bevoegd gezag, dan wel bij een aanvraag door meerdere bevoegde gezagsorganen elk bevoegd gezag afzonderlijk, is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.
5. Subsidieontvanger overlegt een verslag van activiteiten als bedoeld in artikel 14.
6. Voor 1 oktober 2002 meldt de subsidieontvanger per BRIN-nummer het aantal zij-instromers dat is benoemd of aangesteld in de periode tussen 1 januari 2002 en 31 juli 2002 en doet een opgave hoeveel subsidie teruggevorderd moet worden voor de niet-benoemde of aangestelde zij-instromers.
a. subsidieontvanger zal in het tijdvak van 1 januari 2002 tot en met 31 juli 2002, al dan niet samen met maximaal 4 andere subsidieontvangers, minimaal 15 zij-instromers aanstellen of benoemen;
b. subsidieontvanger, dan wel bij een aanvraag door meerdere bevoegde gezagsorganen elke subsidieontvanger afzonderlijk, verplicht zich ertoe de zij-instromer op de werkplek te begeleiden of te laten begeleiden en ziet erop toe dat de zij-instromer de gelegenheid wordt geboden om de op grond van het geschiktheidonderzoek noodzakelijk gebleken scholing te volgen.
2. Voor een zij-instromer wordt, ongeacht het aantal al dan niet opeenvolgende dienstverbanden bij scholen of instellingen, slechts aan één bevoegd gezag subsidie toegekend.
3. Subsidieontvanger, dan wel elke subsidieontvanger afzonderlijk, houdt een dusdanige administratie bij dat gecontroleerd kan worden dat aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
4. Het bevoegd gezag, dan wel bij een aanvraag door meerdere bevoegde gezagsorganen elk bevoegd gezag afzonderlijk, is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.
5. Subsidieontvanger overlegt een verslag van activiteiten als bedoeld in artikel 14.
6. Voor 1 oktober 2002 meldt de subsidieontvanger per BRIN-nummer het aantal zij-instromers dat is benoemd of aangesteld in de periode tussen 1 januari 2002 en 31 juli 2002 en doet een opgave hoeveel subsidie teruggevorderd moet worden voor de niet-benoemde of aangestelde zij-instromers.