BWBR0013066
Geldig vanaf 2001-12-12
Artikel 4
Subsidieregeling vereniging 3VO
1. De subsidieaanvraag wordt uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het boekjaar ingediend bij de minister, per adres de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het Directoraat-generaal Rijkswaterstaat.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting, alsmede van een overzicht van prestatie-indicatoren en de omvang van de egalisatiereserve. Tevens gaat de aanvraag vergezeld van overige bescheiden die de minister voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijk acht.
3. Het activiteitenplan behelst een overzicht van activiteiten per thema waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en een vermelding per activiteit van de daarvoor benodigde personele en materiële middelen.
4. De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven, voorzover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. 5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
6. Tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog niet eerder subsidie werd verstrekt, behelst de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar.
7. De prestatie-indicatoren worden weergegeven in een cijfermatig overzicht, uitgesplitst per activiteit en per boekjaar. Periodieke rapportages waaruit de waardering blijkt voor de activiteiten van 3VO, vormen mede een deel van de prestatie-indicatoren.
8. Indien 3VO voor begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, wordt daarvan mededeling gedaan in de aanvraag.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting, alsmede van een overzicht van prestatie-indicatoren en de omvang van de egalisatiereserve. Tevens gaat de aanvraag vergezeld van overige bescheiden die de minister voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijk acht.
3. Het activiteitenplan behelst een overzicht van activiteiten per thema waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en een vermelding per activiteit van de daarvoor benodigde personele en materiële middelen.
4. De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven, voorzover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. 5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
6. Tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog niet eerder subsidie werd verstrekt, behelst de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar.
7. De prestatie-indicatoren worden weergegeven in een cijfermatig overzicht, uitgesplitst per activiteit en per boekjaar. Periodieke rapportages waaruit de waardering blijkt voor de activiteiten van 3VO, vormen mede een deel van de prestatie-indicatoren.
8. Indien 3VO voor begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, wordt daarvan mededeling gedaan in de aanvraag.