BWBR0013064
Geldig vanaf 2014-11-19
Artikel 8
Muntwet 2002
1. Niemand is gehouden valse of vervalste munten aan te nemen.
2. Gewone circulatiemunten, herdenkingsmunten, munten voor verzamelaars en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel die vermoed worden vals of vervalst te zijn, kunnen aan een door Onze minister aan te wijzen instantie ter beoordeling worden voorgelegd.
3. Indien de munten naar het oordeel van de in het tweede lid bedoelde instantie vals of vervalst zijn, worden ze in beslag genomen. Indien de munten naar het oordeel van die instantie niet vals of vervalst zijn:
a. wordt van euromunten of munten als bedoeld in artikel 4 de nominale waarde vergoed;
b. wordt van munten als bedoeld in de artikel 5 de stoffelijke waarde vergoed of worden die munten teruggegeven in de staat waarin zij zijn ontvangen.
4. Onze minister kan regels stellen betreffende de beoordeling, bedoeld in het tweede lid.
2. Gewone circulatiemunten, herdenkingsmunten, munten voor verzamelaars en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel die vermoed worden vals of vervalst te zijn, kunnen aan een door Onze minister aan te wijzen instantie ter beoordeling worden voorgelegd.
3. Indien de munten naar het oordeel van de in het tweede lid bedoelde instantie vals of vervalst zijn, worden ze in beslag genomen. Indien de munten naar het oordeel van die instantie niet vals of vervalst zijn:
a. wordt van euromunten of munten als bedoeld in artikel 4 de nominale waarde vergoed;
b. wordt van munten als bedoeld in de artikel 5 de stoffelijke waarde vergoed of worden die munten teruggegeven in de staat waarin zij zijn ontvangen.
4. Onze minister kan regels stellen betreffende de beoordeling, bedoeld in het tweede lid.