BWBR0013051
Geldig vanaf 2001-12-12
Artikel 3
Instellingsregeling Commissie Integraal Waterbeheer
1. De Commissie bestaat uit:
een onafhankelijke voorzitter, aan te wijzen door de Minister van Verkeer en Waterstaat;
twee leden, aan te wijzen door de Unie van Waterschappen uit de kring van voorzitters van waterschappen;
twee leden, aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg uit de kring van gedeputeerden;
twee leden, aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten uit de kring van burgemeesters en wethouders;
de directeur-generaal Water van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
de directeur-generaal Milieubeheer van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en
een directeur-generaal, aan te wijzen door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. De Commissie wijst een van haar leden aan als plaatsvervangend voorzitter.
3. Ieder lid kan één plaatsvervanger aanwijzen.
4. Op verzoek van de Commissie kunnen voorzitters van door de Commissie ingestelde werkgroepen en externe adviseurs de vergaderingen bijwonen.
een onafhankelijke voorzitter, aan te wijzen door de Minister van Verkeer en Waterstaat;
twee leden, aan te wijzen door de Unie van Waterschappen uit de kring van voorzitters van waterschappen;
twee leden, aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg uit de kring van gedeputeerden;
twee leden, aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten uit de kring van burgemeesters en wethouders;
de directeur-generaal Water van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
de directeur-generaal Milieubeheer van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en
een directeur-generaal, aan te wijzen door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. De Commissie wijst een van haar leden aan als plaatsvervangend voorzitter.
3. Ieder lid kan één plaatsvervanger aanwijzen.
4. Op verzoek van de Commissie kunnen voorzitters van door de Commissie ingestelde werkgroepen en externe adviseurs de vergaderingen bijwonen.