BWBR0013023
Geldig vanaf 2001-11-30
Artikel 6
Regeling aanvullende bijdrage inburgering oudkomers 54 gemeenten
1. Het gemeentebestuur dat een aanvullende bijdrage ontvangt, verstrekt de minister informatie en bescheiden over de gegevens die in de monitor worden gevraagd, uiterlijk 1 oktober 2002 over de periode januari tot en met juni 2002, uiterlijk 1 april 2003 over de periode juli tot en met december 2002, uiterlijk 1 oktober 2003 over de periode januari tot en met juni 2003 en uiterlijk 1 april 2004 over de periode juli tot en met december 2003. De monitor is voorzien van een accountantsverklaring.
2. In de monitor worden in ieder geval de volgende prestatiegegevens gevraagd:
a. het aantal oudkomers dat een programma start;
b. het aantal oudkomers dat een programma afrondt;
c. het aantal oudkomers dat een programma voortijdig beëindigt; en
d. het taalniveau dat de oudkomer bij de afronding van een programma heeft behaald ten opzichte van het taalniveau bij de start van dat programma.
3. In de monitor wordt voor oudkomers, behorend tot de groep werklozen, behalve de prestatiegegevens, genoemd in het tweede lid, het aantal oudkomers gevraagd dat na afronding van een programma arbeid verricht dan wel gestart is met het volgen van een opleiding.
4. De minister verstrekt het gemeentebestuur uiterlijk 12 december 2001 een bedrag van f 50.000,- (€ 22.689,01) ten behoeve van de maatregelen die met het oog op de verplichting, genoemd in het eerste lid, worden genomen.
2. In de monitor worden in ieder geval de volgende prestatiegegevens gevraagd:
a. het aantal oudkomers dat een programma start;
b. het aantal oudkomers dat een programma afrondt;
c. het aantal oudkomers dat een programma voortijdig beëindigt; en
d. het taalniveau dat de oudkomer bij de afronding van een programma heeft behaald ten opzichte van het taalniveau bij de start van dat programma.
3. In de monitor wordt voor oudkomers, behorend tot de groep werklozen, behalve de prestatiegegevens, genoemd in het tweede lid, het aantal oudkomers gevraagd dat na afronding van een programma arbeid verricht dan wel gestart is met het volgen van een opleiding.
4. De minister verstrekt het gemeentebestuur uiterlijk 12 december 2001 een bedrag van f 50.000,- (€ 22.689,01) ten behoeve van de maatregelen die met het oog op de verplichting, genoemd in het eerste lid, worden genomen.