BWBR0013014
Geldig vanaf 2001-12-14
Artikel 4
Beleidsregel veiligheidsonderzoeken voor de politie
1. Bij een A-veiligheidsonderzoek wordt de verklaring van geen bezwaar geweigerd vanwege onvoldoende gegevens, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken:
a. indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanmelding voor een vertrouwensfunctie niet gedurende een aaneengesloten periode van zeven jaar in Nederland verbleef; en
b. het voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst niet mogelijk is over de ontbrekende periode voldoende gegevens over betrokkene te verkrijgen, wegens het niet aanwezig zijn van een daartoe geëigende samenwerkingsrelatie op beveiligingsgebied met een zusterdienst van het land of de landen waar betrokkene verblijf heeft gehouden.
2. Bij een P-veiligheidsonderzoek bedraagt de periode, bedoeld in het eerste lid, onder a, vijf jaar.
3. Bij zowel het A- als het P-veiligheidsonderzoek bedraagt de periode voor de partner minimaal drie jaar.
a. indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanmelding voor een vertrouwensfunctie niet gedurende een aaneengesloten periode van zeven jaar in Nederland verbleef; en
b. het voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst niet mogelijk is over de ontbrekende periode voldoende gegevens over betrokkene te verkrijgen, wegens het niet aanwezig zijn van een daartoe geëigende samenwerkingsrelatie op beveiligingsgebied met een zusterdienst van het land of de landen waar betrokkene verblijf heeft gehouden.
2. Bij een P-veiligheidsonderzoek bedraagt de periode, bedoeld in het eerste lid, onder a, vijf jaar.
3. Bij zowel het A- als het P-veiligheidsonderzoek bedraagt de periode voor de partner minimaal drie jaar.