BWBR0013000
Geldig vanaf 2001-11-14
Artikel 3
Regeling instelling commissie informatie onderwijs
a. De tCIO adviseert de minister binnen één jaar na instelling over de definitieve taken, bevoegdheden en samenstelling van een permanente, onafhankelijke commissie van toezicht, beleid en beheer van onderwijsinformatie. Bij deze uitwerking komen onder andere aan de orde: • het adviseren over het statistisch werkprogramma van de minister; het toezicht op de integriteit en kwaliteit van onderwijsstatistiek;
• het toezicht op privacy aspecten van beheer en leveringen op basis van persoonsgegevens;
• het maken van afspraken voor de verstrekking van gegevens afgeleid van persoonsgegevens;
• mogelijke uitbreiding met vertegenwoordigers van andere onderwijsvelden en andere betrokkenen in de onderwijskolom zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
• het adviseren over het statistisch werkprogramma van de minister; het toezicht op de integriteit en kwaliteit van onderwijsstatistiek;
• het toezicht op privacy aspecten van beheer en leveringen op basis van persoonsgegevens;
• het maken van afspraken voor de verstrekking van gegevens afgeleid van persoonsgegevens;
• mogelijke uitbreiding met vertegenwoordigers van andere onderwijsvelden en andere betrokkenen in de onderwijskolom zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
b. De tCIO behartigt na opheffing van het BOIO de in artikel 2c van de instellingsbeschikking van het BOIO (Uitleg nr. 25, 3 november 1999) genoemde taken ten aanzien van CASO. Zolang de algemene criteria over de levering van persoonsgegevens nog in ontwikkeling zijn, wordt ten aanzien van het personeelsdepot als werkprocedure de als bijlage bijgevoegde "Voorlopige procedure toezicht beheer en gebruik personeelsgegevens" gehanteerd.
• het toezicht op privacy aspecten van beheer en leveringen op basis van persoonsgegevens;
• het maken van afspraken voor de verstrekking van gegevens afgeleid van persoonsgegevens;
• mogelijke uitbreiding met vertegenwoordigers van andere onderwijsvelden en andere betrokkenen in de onderwijskolom zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
• het adviseren over het statistisch werkprogramma van de minister; het toezicht op de integriteit en kwaliteit van onderwijsstatistiek;
• het toezicht op privacy aspecten van beheer en leveringen op basis van persoonsgegevens;
• het maken van afspraken voor de verstrekking van gegevens afgeleid van persoonsgegevens;
• mogelijke uitbreiding met vertegenwoordigers van andere onderwijsvelden en andere betrokkenen in de onderwijskolom zoals de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
b. De tCIO behartigt na opheffing van het BOIO de in artikel 2c van de instellingsbeschikking van het BOIO (Uitleg nr. 25, 3 november 1999) genoemde taken ten aanzien van CASO. Zolang de algemene criteria over de levering van persoonsgegevens nog in ontwikkeling zijn, wordt ten aanzien van het personeelsdepot als werkprocedure de als bijlage bijgevoegde "Voorlopige procedure toezicht beheer en gebruik personeelsgegevens" gehanteerd.