BWBR0012933
Geldig vanaf 2004-04-06
Artikel 2
Regeling communautaire verplichtingen diervoeders
1. Het is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Verordening PDV diervoeders 2003 van het Productschap Diervoeder voorzover strekkende ter implementatie van de in het volgende lid genoemde richtlijnen, verboden om producten te bereiden, voorhanden of in voorraad te hebben, te bewaren, op te slaan, te be- of verwerken, te ge- of verbruiken, te vervoederen, te vervoeren, aan te voeren, te ontvangen, af te leveren, te koop aan te bieden, te kopen of te vervreemden.
2. Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet indien is voldaan aan verplichtingen die volgen uit het bepaalde bij of krachtens richtlijn nr. 95/69/EGvan de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEGen 82/471/EEG(PbEG L 332), en het product voldoet aan de verplichtingen die volgen uit het bepaalde bij of krachtens:
- richtlijn nr. 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PbEG L 270);
- richtlijn nr. 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende de handel in mengvoeders (PbEG L 86);
- richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten (PbEG L 213);
- richtlijn 93/74/EEEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PbEG L 237);
- richtlijn nr. 93/113/EG van de Raad van 14 december 1993 betreffende het gebruik en het in de handel brengen van voor de diervoeding bestemde enzymen, micro-organismen en hun preparaten (PbEG L 334);
- richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG en 93/74/EEG, en tot intrekking van 77/101/EEG (PbEG L 125);
- richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG L 140).
2. Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet indien is voldaan aan verplichtingen die volgen uit het bepaalde bij of krachtens richtlijn nr. 95/69/EGvan de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de erkenning en de registratie van bedrijven en tussenpersonen in de sector diervoeding en tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 79/373/EEGen 82/471/EEG(PbEG L 332), en het product voldoet aan de verplichtingen die volgen uit het bepaalde bij of krachtens:
- richtlijn nr. 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PbEG L 270);
- richtlijn nr. 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende de handel in mengvoeders (PbEG L 86);
- richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten (PbEG L 213);
- richtlijn 93/74/EEEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel (PbEG L 237);
- richtlijn nr. 93/113/EG van de Raad van 14 december 1993 betreffende het gebruik en het in de handel brengen van voor de diervoeding bestemde enzymen, micro-organismen en hun preparaten (PbEG L 334);
- richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG en 93/74/EEG, en tot intrekking van 77/101/EEG (PbEG L 125);
- richtlijn nr. 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PbEG L 140).