BWBR0012925
Geldig vanaf 2004-04-06
Artikel 8
Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en JAR-66 AML
1. Een examinator heeft recht op een vergoeding voor de door hem verrichte werkzaamheden.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:
a. een honorarium voor het examen basisbevoegdheden, bestaande uit € 50 per gemaakte examenset, € 25 per uur voor bij het examen vereiste aanwezigheid en € 5 per beoordeeld examenresultaat;
b. een honorarium voor het examen typebevoegdheden, bestaande uit € 400 per voorbereiding van een type-examen en € 25 per uur voor het afnemen van het examen;
c. een vergoeding volgens het Reisbesluit binnenland voor gemaakte reis- en verblijfkosten voor alle werkzaamheden ten behoeve van de commissie.
3. De voorzitter en de secretaris kunnen bij de minister een vergoeding voor de verrichte werkzaamheden declareren. De vergoeding bedraagt voor:
a. de voorzitter € 40 per uur voor alle werkzaamheden;
b. de secretaris € 25 per uur voor alle werkzaamheden.
Daarnaast kunnen de voorzitter en de secretaris een vergoeding volgens het Reisbesluit binnenlandvoor gemaakte reis- en verblijfkosten voor alle werkzaamheden ten behoeve van de commissie declareren.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op de in het eerste en derde lid bedoelde personen, die rijksambtenaar zijn en de desbetreffende werkzaamheden verrichtten tijdens diensttijd.
5. In afwijking van het eerste lid wordt aan examinatoren die door de minister zijn geautoriseerd op voordracht van een geregistreerde opleidingsinstelling, geen vergoeding verstrekt, wanneer het examen wordt afgenomen van deelnemers van die opleidingsinstelling.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:
a. een honorarium voor het examen basisbevoegdheden, bestaande uit € 50 per gemaakte examenset, € 25 per uur voor bij het examen vereiste aanwezigheid en € 5 per beoordeeld examenresultaat;
b. een honorarium voor het examen typebevoegdheden, bestaande uit € 400 per voorbereiding van een type-examen en € 25 per uur voor het afnemen van het examen;
c. een vergoeding volgens het Reisbesluit binnenland voor gemaakte reis- en verblijfkosten voor alle werkzaamheden ten behoeve van de commissie.
3. De voorzitter en de secretaris kunnen bij de minister een vergoeding voor de verrichte werkzaamheden declareren. De vergoeding bedraagt voor:
a. de voorzitter € 40 per uur voor alle werkzaamheden;
b. de secretaris € 25 per uur voor alle werkzaamheden.
Daarnaast kunnen de voorzitter en de secretaris een vergoeding volgens het Reisbesluit binnenlandvoor gemaakte reis- en verblijfkosten voor alle werkzaamheden ten behoeve van de commissie declareren.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op de in het eerste en derde lid bedoelde personen, die rijksambtenaar zijn en de desbetreffende werkzaamheden verrichtten tijdens diensttijd.
5. In afwijking van het eerste lid wordt aan examinatoren die door de minister zijn geautoriseerd op voordracht van een geregistreerde opleidingsinstelling, geen vergoeding verstrekt, wanneer het examen wordt afgenomen van deelnemers van die opleidingsinstelling.